9 mei 1994
Wel een erg vroege vogel vanmorgen, 10 voor twee is niet bepaald een tijd om op te staan als je pas om 12 uur bent gaan slapen. De Heren met name Ed & Angelo zijn niet al te erg in de stemming, begrijpelijk als er iemand wel erg op tijd op een vliegveld wil zijn. Men verwijt me dat ik ritsel, natuurlijk ritsel ik, de vliegtuigmisangst is immers weer geactiveerd.
Om 3 uur richting Zaventem vertrokken. 2 uur op voorhand moeten we aanwezig zijn en het is een uur rijden, dan zijn we toch zeker op tijd om een vlucht van 5.30 uur te halen nietwaar ? Ik begin stilletjesaan te begrijpen waarom veel geroutineerde luchtreizigers de pee in hebben wat Brussels Airport betreft: charter vlucht reizigers dienen minimaal 2 uur voor vertrek aanwezig te zijn. En dat zijn we, ruimschoots, de balie is nog onbemand. Het duurt eeuwen alvorens we de koffers kwijt zijn, veel vakantiegangers staan al snel verveeld rond te kijken.
's Lands bewakers, de vrolijke Rijkswachtertjes, liggen ook nog op een oor. Rond 5.30 komt uiteindelijk een jonge Rijkswachter met slaapogen en een ochtendhumeur de paspoorten van de reizigers controleren. Meer met een verveeld oog naar kijken dus. Tenslotte krijgen de passagiers van Air Belgium de allerlaatste gate toegewezen, gate 56, dit is ongeveer 1 km lopen van de Sabena terminal. Ook daar slaat wederom het wachten toe. No-smoking in this area. De verstokte rokers doen het toch en er staan zelfs enige verstopte asbakken voor de onverlaten welke een laatste shot nicotine nodig hebben want de vlucht zelf is ook non-smoking.
Richtlijnen voor wie waar naar toe moet zijn er nauwelijks. 2 Air Belgium Flights vertrekken terzelfdertijd naar Heraklion (een via Athene) en een vlucht naar Rodos. Oke het gaat allemaal naar Griekenland, maar Rhodos en Kreta liggen toch een eind van elkaar. Je zult toch argeloos een vlucht via Athene boeken, dan ben je nog 3 uur langer onderweg. En dat deze kans zeer reeel is een feit, je weet immers pas 1 week van te voren wanneer je vertrekt en wanneer je aankomt.
Om 6.30, na een wilde rit met een busje dat ons naar de cargo loodsen brengt (een km of 10 buiten de Sabena terminal), taxiet de airbus naar de landingsbaan. Een half uurtje later, na de veiligheidsvoorschriften die door de stewardessen worden gedemonstreerd – er is geen video aan boord – zijn we gereed voor de vlucht.
Het vliegtuig heeft vertraging en ik diarree. Zoals altijd gieren de zenuwen door mijn lichaam omdat ik in een vliegtuig stap, maar ik weet ook dat het over is zodra ik de gordels heb dichtgegespt. Dan lever ik me over aan de deskundigheid van de piloot, die heeft ruimte volop in de cockpit en wil naar alle waarschijnlijk ook niet dood.
We zitten vooraan, naar een muur te staren. Achteraf beschouwd echter de beste plaats, want hier kun je je benen nog kwijt en desnoods zelfs een beetje achterstevoren zitten. Om security reasons mag niet gerookt worden. Begrijpelijk want we zitten als haringen in een ton gevangen. Naast Edje zit een Belg. Een zeer nette Belg overigens, je kunt een Frans brood van 14 dagen oud snijden met de vouwen in zjn broek. Ja, zeker daar kan Ed jaloers op zijn, soms heeft hij dubbele en zelfs meer vouwen in zijn broek. Ik kan namelijk niet zo goed strijken, of beter ik haat het ! Hij, de Belg, heeft ook zijden sokjes aan en een suede jasje wat zachter is dan zeemvel. Hij is niet al te praatziek; wij trouwens ook niet.
Nog steeds vind ik het een fascinerend moment als het vliegtuig stilstaat op de startbaan, wanneer de motoren beginnen te bulderen, het vliegtuig gang begint te maken tot het met een snelheid van 300 km/uur over de baan dendert om dan opeens als een vogel zijn kop te verheffen naar de hemel en sierlijk de lucht in vliegt. In een enkel ogenblik ligt een stad onder je en klim je hoger en hoger tot je door het wolkendek heenbreekt waar de zon je stralend tegemoet lacht in een strak blauwe hemel.
Een uurtje later wordt het ontbijt, waarin een mevrouw bijna stikt, geserveerd. Het is echt vies. Ik heb slaap, doch zodra ik wegdommel drukken die verrekte stewardessen op een knop om communicatie met de achterhoede te krijgen. Het zijn oudere dames die part-time werken en zo een keer of 4 per week op en neer naar Kreta vliegen. Met een ongeïnteresseerde blik leggen ze de werking van een reddingsvest uit. Nou ja, veel heb je er niet aan als je boven de Alpen crasht. Voorts brengen ze met een misnoegde blik in de ogen het ontbijt rond en tot slot maken ze een rondje met tax-free waren. Bijna niemand is geïnteresseerd en weldra is het muisstil op het ronken van de motoren na.
Na een uur of wat vliegen denk ik bij mezelf, kom laat ik me eens een Alpje zoeken en verhip ze liggen pal onder ons in volle pracht en praal. Majestueus reiken de besneeuwde, grimmige, kale toppen naar boven.
De piloot vertelt met een sonore stem, dat de Alpen beneden ons liggen. Een uur later informeert hij ons over het Balaton meer. We vermijden dus Joegoslavië of wat er nog van over is. Meer info krijgen we niet, geen kruissnelheid, geen hoogte, geen buiten-temperatuur, niets.
Nog een uur later komt Thessaloniki en de Olympus in zicht. Eilanden en eilandjes liggen als pantoffeldiertjes in een druppel water verspreid in een aquariumkleurige, rimmpelloze ondergrond.
Na 3.5 uur, een uur later dan in Nederland, vliegen we rond 11.30 rondjes boven Heraklion. Het luchtverkeer is te druk en we mogen nog niet landen. Ik vind dat gedraai maar niets, maar moet toegeven dat Idi indrukwekkend is en dat we die van heel dicht bij zien. Heraklion heeft klein vliegveldje met 1 enkele landingsbaan (Ed zegt dat het er twee moeten zijn i.v.m. veranderende windrichting). Als je de landingsbaan mist kom je in zee terecht. Ik beklaag me nu al over Air Belgium, de goedkoopste vlucht, jawel maar ook de slechtste die ik tot nog toe heb meegemaakt.
Enfin de paspoortcontrole kan net zo goed afgeschaft worden want er wordt niet eens naar je gekeken. Lekker snel denken we, neen, neen, het duurt een uur voor we de koffers te pakken hebben en je weet echt niet op welke band ze tevoorschijn komen. Dus hou je beter ieder apart een band in de gaten.
Buiten het vliegveld ziet alles er bekend Grieks uit. Ik was vergeten dat het ook een zootje was. Savannah was properder al heb ik ooit het tegendeel beweerd.
Maar goed, het is hier al lekker warm en een taxi is zoals gewoonlijk in de Griekse contreien snel gevonden. De chauffeur spreekt amper Engels en evenveel Duits. Het gesprek vlot niet echt. Doch hij begrijpt dat we naar Chersonnisos moeten, naar een bepaald adres. Niet omdat ik het zo goed uit kan leggen, integendeel, het papiertje van Edith doet wonderen al snapt de taxichauffeur in eerste instantie niet goed wat twee toeristen die net van het vliegtuig rollen, bepakt en bezakt moeten zoeken in een juwelierszaak 35 km verderop.
Het landschap is overwegend rotsig, maar het geurt heerlijk naar een bekende bloemensoort. 20 km verder kom ik erachter dat een doos Ambi-puur in de auto ligt, ja zeker deze geur is vrij bekend.
Voor 4000 Drx (1000 meer dan op de airport aangegeven staat, de taxi-driver heeft echter moeten bellen om te weten waar hij heen moest) worden we bij Manolis voor de deur afgezet. Manolis zoent Ed uitbundig en laat apetrots zijn winkel zien. Onder de indruk bekijk ik al dat goud en zilver en slaak een zucht, wat ik het mooiste vind, kunnen we ons toch niet permiteren.
Manos zet Hollandse koffie, vertelt een hoop, toont ons Nederlandse Cup a Soup, verstaat ons niet, en wij hem niet. We zitten als 3 vuurmuzers met ons hoofd net boven de schrijnen gevuld met Kilo's Au en Ag koffie te drinken. Ik zucht zoals de symbolen geschreven worden als ik de kopjes op de glazen toonbank zie waaronder oorbellen en ringen in wit, geel en rood goud liggen. Mijn ogen glinsteren van al dit geschitter.
30 Minuten later staat de autoverhuurder voor de deur en vertrekt Manolis met Ed naar het verhuurbedrijf. Ik zit in mijn eentje in de zaak : als kwostomants wants to buy, just sell it ! Ik sta perplex, nog geen uur in Limnes Hersonissou (de verschillende manieren van spellen worden door elkaar gebruikt in KPITH, dus volg ik dit voorbeeld maar) ben ik al verkoopster in een juwelierszaak. Een man op een scooter bekijkt me ietwat wantrouwend (blijkt een politieagent in burger te zijn die zijn vrouw opzoekt die kapster is naast Manolis).
Na een half uur scheurt Manolis op zijn scooter de straat in gevolgd door Ed in een Subaru. Doorheen de straat die eenrichting is natuurlijk, ofschoon het bord goed zichtbaar staat is er niemand die zich iets van dit bord aantrekt, de taxi-chauffeur niet, de verhuurder van de auto niet, Manolis niet, Ed niet, niemand ! Ed zegt tussen neus en lippen : "ze zijn echt gek, ze rijden als gekken !"
Voor de juwelierszaak ligt een afgebakend stuk terrein, een archeologische vindplaats. De archeologen zelf zijn waarschijnlijk ook op vakantie. Het ligt er een beetje desolaat bij. Hersonissou schijnt een belangrijke haven te zijn geweest in de Minoische periode, er is echter nog niet veel van teruggevonden, ofschoon experts dit wel verwachten.
De straat is omzoomt door, volgens Manolis eetbare bomen. De vorm van de knoestige takken en de vreemd opgekrulde bladeren wekken mijn nieuwsgiergheid,het blijken Johannesbroodbomen te zijn. Al veel over gelezen al in de oudheid bekend. Deze vreemde bomen zijn me nog nooit eerder opgevallen. Vroeger ging blijkbaar minder obseverend op vakantie.
Manolis toont ons de weg naar het hotel en laat ons achter met Katherina. We hebben de keus, een grote of een kleinere kamer voor Drx 5000 (ipv 8500), inclusief ontbijt, ofschoon dit apart vermeld wordt. Special price for friends. Hotel Marina gelegen aan de 25ste oktober straat (de Turken richtten een bloedbad aan op 25 oktober 1897 op Kreta, er is geen stad of dorp wat niet minstens een 25ste oktober straat heeft).
Nogal hongerig na het summiere ontbijt wat trouwens eeuwen geleden genuttigd werd begeven we on naar een vlakbij gelegen terras. De ober, die naar alle waarschijnlijkheid lief is, heeft het over womans en catastrofes. We eten stuffed tomatoes, spicy meatballs en drinken witte wijn. Ik denk even aan Den Dow en aan mijn laatste mail : 'ik zal aan jullie denken als we in de schaduw op een terrasje genieten van Retsina..'. Als toetje krijgen we een bloodpower (ouzo met grenadine) een absolute gruwel !.
Op de rotsen boven het nauwe strand groeien zeekralen met prachtige paarse bloemen. We ontdekken een druk belopen mierenpad en grote gele onbekende bloemen.
Niet aan Dow denken ? Zowat het eerste wat we zien is een zak STYRON uit Lavrion. STYRON wordt hier voornamelijk gebruikt in de bouw, om beton luchtiger te maken.
Een verkenningswandeling door het stadje maakt me lyrisch. Zoveel eenheidsworsten men hier heeft. Zoveel en zo mooi ! Tapijten, blauwe vazen, minoische taferelen, discussen van Phaistos, bronzen beelden van Zeus en Theseus, Ariadne en de Minotaurus. Lederwaren en parfum, T-shirts en zeesletsen (!)
Ik loop een kerkje binnen wat met schitterende iconen is beschilderd en waar een soort van kleine altaartjes staan, versierd met witte kanten kleedjes. Er huist een vogel in de Kerk, hij krijst en kwettert, doch ik geloof niet dat hij het echt leuk vindt.
Alle taxi's hebben een wit / rood nummerbord met de K van KPITH erop. Onze auto heeft HRS in het nummerbord zitten en de auto's uit Iraklio HPI.
De kattenpopulatie is nog steeds aan de grote kant. Kleine magere sprieten die voornamelijk leven van de toeristen. Zoals iedereen hier in de buurt. Een vrouwtje verkoopt Crete nats, vers geroosterd, of maiskolven gebakken zonder fat. De kiosk verkoopt Nederlandse kranten en heeft een telefoon waarmee je naar het buitenland kunt bellen. Dit is goedkoper dan in een hotel en makkelijker dan in een telefooncel.
Toch wel moe van alle nieuwe indrukken en al dat gereis vallen we rond 5 uur alletwee voor een uur of twee in slaap. Het hazeslaapje brengt verkwikking.
Alweer hongerig gaan we om 7 uur op zoek naar een snack. Vanavond, maar pas om 10.30 uur zijn we door Manolis uitgenodigd voor een Crete-diner. Spreek vooral niet over Greek food, Cretenzers en Grieken zijn zoiets als echte Zeeuwen en Hollanders, of misschien wel Vlamingen en Walen.
We ontdekken Pelagos in een afgelegen straatje, buiten de drukte van de Shit-street oftewel de Boulevard (waar Grieken huizen tijdens het hoogseizoen en aldus de jobs van de plaatselijke bevolking wegnemen, daarom wordt de straat zo genoemd door de lokale bevolking). Pelagos, typical Crete-food all day long. Een typisch witgeverfd optrekje met blauwe deuren en kozijnen. Waar een artiest een Kretenzische tromp d'oeuil op de muur heeft geverfd, een moderne fresco van een balkon met uitzicht op zee. De kleuren zijn helder, maar het perspectief is verre van volmaakt. Boven de plastic vaten met huis- of landwijn is een fresco aangebracht van enige blauwe en groene druivenranken.
Een donker getinte, aardige juffrouw brengt ons de kleine kaart (een grote kaart is er niet). Het menu is in het Grieks en ik probeer verwoed te lezen wat er staat, en dan ook nog te weten te komen wat het betekent. Ze slaat mijn verwoede poging en enthousiaste gestuntel gade, hoort mijn waarschijnlijk onverstaanbare gefluister (a, g, ch, ts, z r voor zover ik het alfabet ken) van klanken en vraagt relaxed en behulpzaam of we misschien een Engels menu willen. Zeer opgelucht antwoord ik "Yes please", waarop ze het menu omdraait en ons een blik toewerpt van 'wat zijn ze toch dom die toeristen'. We bescheuren het. Ik raad Ed de Fire-Sausages af, wat hem doet besluiten ze te bestellen. Ik hou het op tuna-fish salad.
5 Minuten en een karaf witte wijn later, krijgt Ed een bord Frankfurtworstjes voorgeschoteld waar de vlammen hoog uit oplaaien. Mijn tuna-fish is gemengd met yoghurt en ligt op een plastic bordje. Er wordt hard brood bij geserveerd. Onze verbijstering moet van onze gezichten af te lezen zijn. We zitten alletwee naar een bord brandende worstjes te staren, het is zeer zeker uitheems ! Ik vraag me af of Ed zijn mond zal branden, of zelfs of die worsten in je maag verder kunnen branden, en door wat ze branden. Of het Kretenzisch is ? De juffrouw vertelt dat ze de enigen zijn die dit serveren. Ze komt een beetje (aan de tafel naast ons) dichterbij zitten en begint vrolijk te kletsen. Ze dacht even dat Ed een Kretenzer was, omdat hij een grote snor heeft. Dit horen we nog vaak : 'he Creta-man'. Met een lange pantalon en een normaal hemd lijkt hij inderdaad niet op de doorsnee toerist : korte broek, witte benen, soms blauwe sokken in sandalen of slippers gestoken, het liefst met een pet een buikbuidel en een grote mond. De vrouwelijke toeristen laten 's avonds met grote trots het verkregen bruine tintje zien, ongeacht of het een beetje fris is.
Kontdraaiend lopen ze in zo weinig mogelijk verhullende kledij rond, korte spannende shorts en topjes, hun haartjes rechtop van het kippevel. De ouderen zijn wat bezadigder, die dragen deftige korte broeken en T-shirts met mouwen. De dames van deze laatste generatie zijn voornamelijk in het wit getooid, behangen met hun pas verworven gouden armbanden en colliers. Let echter op je taal, het krioelt al van de Nederlanders en de Belgen.
Het meisje spreekt goed Engels, ze heeft een woordenschat die verder reikt dan van de meeste anderen (beperkt tot de branche waarin ze werkzaam zijn). Haar broer ook, maar die heeft een akelig mager vriendje die een hemd met kralen draagt. Ik heb de indruk dat broerlief het vriendje 't bos instuurt omdat hij liever over Amsterdam praat.
Ze vragen of we van Kreta houden of van Hersonissou. Nee eigenlijk niet van Hersonissou, het is een beetje te toeristisch, maar wel van Kreta. Voor ons is de eerste indruk niet zo verschillend als de rest van Griekenland en dit is al sinds de eerste vakantie prima bevallen als vakantiebestemming. Na het exotische hapje, de huiswijn en het gezellige geklets, soms komt een verdwaalde toerist met grote ogen binnen en loopt dan weer snel naar buiten, nog even het toilet getest (of het 'te doen' is of niet is altijd weer een grote vraag). Het bijgebouwde hokje, pal naast de keuken, of beter bijna in de keuken, is te doen, het ruikt er zelfs naar bleekwater.
Rond half 10 gaan we richting Manolis, we bekijken het avondflaneren, de Volta met groot genoegen en Manolis laat ons zien hoe je een nationaliteit aan het uiterlijk herkent. En of het werkt ! Argeloze toeristen laten zich met plezier overhalen tot het kopen van een armband of een ring. Hij bekijkt de vrouwen met een aanbiddelijke, indringende blik, zegt dat ze mooi zijn en dat het juweel hun schoonheid accentueert, en ze kopen, en ze komen terug. All good kostomwants, especially Germans !
Maria, de verkoopster, die nog erg jong is en ongetrouwd samenwoont, luistert ademloos met grote ogen naar onze manier van leven in Nederland. Ze beseft niet in welk aards paradijs ze woont, ofschoon, concurreren met 134 andere juweliers in zo een klein plaatsje best vermoeiend moet zijn. Manolis is continue – 7 maanden lang – 16 uur per dag op zijn qui vive, verandert dagelijks de etalage en de toonbanken om de indruk te wekken dat de verkoop op rolletjes loopt. Maar zijn clausule werkt ! En over psychologie heeft hij niet veel gelezen, het is een geboren handelaar, het handelen wat al sinds meer dan 4000 jaar traditie is in deze streek, zit hem letterlijk en figuurlijk in hart en nieren, de genen zijn niet verzwakt.
Manolis neemt ons mee naar een Crete TABEPNA in Malia en bestelt een echte Kretenzische maaltijd. De wijngaardslakken zijn niet echt het van je. Het lijken wel wokkels en de manier waarop de op sexs beluste weekdieren uit hun huisjes geslagen worden is vrij barbaars, de algehele manier van eten trouwens, hooguit met een vork. In ieder geval vis je de verschillende gerechten op van eenzelfde bord.
Hard brood met gehakt en tomaat gaat wel, de inktvis is heerlijk alsook de verse garnalen. De viskuit daarentegen weer minder. Friet met kaas is een delicatesse (echt !). Vlava, bonenpuree met ui en ei lijkt veel op grits maar is lekkerder. Raki als aperitief en digestief. Raki is goed voor alle kwalen en voorkomt allerlei ziektes. Niet te veel echter, een paar 's morgens, 's middags en 's avonds. Compleet gestoord.
Toevallig komt de beste vriend van Manolis langs. Ze beginnen een driftige business discussie in het Grieks, niet voor onze oren bestemd. We begrijpen Augusta, Octobria en Novembre. Daarop besluit Manolis's vriend dat het tijd wordt het gesprek een andere wending te geven. Gelukkig spreekt hij vloeiend Engels (hij is met een Britse getrouwd). We praten over hun maatschappij. Trouwen kan alleen als je kunt bewijzen niet gek te zijn en niet eerder getrouwd te zijn geweest. En de Popes van de kerkgemeenschappen zijn de enigen die deze bewijzen kunnen leveren. Voor buitenlanders ligt dit beduidend anders. Ze worden meestal niet echt geaccepteerd in de familieraad. De zonen mogen vrijelijk de harten van de buitenlandse meisjes breken, als het echter op het stichten van een gezin aankomt, krijgen slechts de donkerharige vrouwen uit Kreta het recht om kleinkinderen te baren. De vrouw is 'under cover' de pilaar en hoofd van het gezin. De macho man doet alsof maar wordt eigenlijk min of meer als halfgaar beschouwd. Zitten daarom zoveel mannen in de schaduw van de tamarindes op gammele stoelen back-gammon te spelen in de raki-bar ? Onderschat de bloedige familievetes niet, zelfs heden ten dage vieren de Vendetta's hoogtij. Want het zand van Kreta is niet alleen maar rood van het bloed omdat haar zonen sneuvelden voor 's lands vrijheid. Kazantzakis heeft de wreedheden tussen de onderlinge families meesterlijk verwoord in Christus wordt weer gekruisigd. Voor allen die in Kreta zijn geweest of gaan een must om te lezen. Zoals Zorba de Griek trouwens.
We horen dat je niet zonder meer Peetvader kunt worden. Het is een verplichting voor je leven en schept een band met het kind zo sterk en hecht als de band met je eigen kind. Zelfs wat betreft het geven van cadeaus worden peetkinderen en kinderen op dezelfde hoogte gesteld.
Rond 11 uur naar huis, naar het hotel. Apostolis heeft de bar nog niet open en heeft zelfs geen fles water te koop. Ik vraag of het water drinkbaar is, niet zo een erg geslaagde vraag overigens, hij antwoordt dat hij het al zijn hele leven drinkt en niet ziek van geworden is. Zijn vrouw is echter zo lief ons een kan met gekoeld water mee te geven. Ik geloof dat we alletwee binnen 2 minuten slapen.
*
10 mei 1994
Niet muurvast maar toch goed geslapen. Om 8.00 uur alletwee wakker en om 8.30 beneden voor het ontbijt.
Gisteren hebben we nog een goede kaart (absolute must !) gekocht. Niettegenstaande ik in allerlei boekjes en blaadjes meerdere kaarten van het eiland had, blijkt er geen enkele dezelfde bij te zijn en staan de plaatsnamen vermeld volgens de fantasie van de schrijvers. Die hadden waarschijnlijk dezelfde problemen als ik met de meerdere soorten van spelling. We besluiten naar de Lassithi hoogvlakte te trekken, de vlakte met de bekende winmolentjes.
Het autotootje, wat wel wat weg heeft van een koffieblikje, lijkt met de snelheid van een Porsche door de haarspeldbochten te scheuren en toch rijden we niet meer dan 80 km / uur.
Ik was naïef genoeg te denken dat deze tijd van het jaar Kreta een oase van rust zou zijn, er rijden echter veel koffieblikjes met withuidige bestuurders achter het stuur rond. Beter gezegd het stikt van de toeristen die stoppen op duizelingwekkende hoogtes om panoramische vergezichten te bewonderen.
En het is mooi, onbeschrijfelijk mooi, steile kale rotsformaties tot 2500 meter hoog dor en droog, met kleurschakeringen van licht oker tot bijna bloedrood, waar je de breuken van aardlagen ziet welke dateren uit een verre tijd voor de mens op aarde liep. Waar nieuwe breuklijnen en ontstaan door de stuwende kracht van het actieve binnenste der aarde.
Even later bestaat het landschap uit spitse, witte massieven waar erosie of de tand des tijds puntige spiezen heeft gemaakt uit het harde gesteente. Even verder groeit brem en wilde tijm uitbundig op de zacht glooiende hellingen. Ceders en cipressen wiegen zachtjes in de nog lauwe bries. Meters diepe kloven en ravijnen splitsen de hoge bergen waar mensen zich nietig voelen tussen de ontembare kracht van de natuur.
En in de stilte van een moment in de eeuwigheid hoor je opeens vaag bellen rinkelen, zie je plots een berggeit een steile wand afhuppelen en hoor je de echo van een stem van de herder : 'ela, ela', lang voordat de man je gezichtsveld bereikt. Inmiddels komt de hele kudde geiten van de helling dartelen, op hun dunne pootjes met hun smalle, kleine, gespleten hoefjes hebben ze nog nooit van hoogtevrees gehoord. Ze zijn niet schuw, maar ook niet tam en dralen niet op hun tocht om stilstaand te poseren voor een Belg die met de camera op scherp 'geitje stil nou' roept.
De hoogvlakte maakt deel uit van de Ori Lassithika (Ori = berg). In het noorden ligt de 1559 m hoge top Selena (maan), in het zuiden Diki. Het gebied waar de plaatselijke bevolking een sterk gevoel voor samenhorigheid heeft, is eeuwen lang het toevluchtsoord geweest voor rebellen tegen de Venetiaanse of Turkse autoriteiten.
Van Malia naar Mochoz, Krasio en Tzerminado. In Tzerminado, waar we koffie drinken op een terras, bekijken we het dagelijkse leven van het dorpje wat nauwelijks ontwaakt is. Een man loopt naar huis met een plastic zakje gevuld met grote sprotjes. De in het zwart gehulde weduwen spoeden zich naar de bakker. De plaatselijke van alles en nog wat verkoper heeft geitebellen aan een roestige kleerhanger buiten hangen.
Maar waar wij denken dat de tijd heeft stilgestaan wordt onze idylle snel verstoord. Een man die tapijten en soortgelijke worst verkoopt, ziet mijn Pentax en lokt me naar een weeftoestel : 'wait one moment, I will get my mother, you can make a picture, and see how nice things she makes' (deze rare manier van Engels spellen alsmede de kromme zinnen zijn bewust neergezet, zo wordt ter plekke de Engelse taal gebruikt). Wat een wereld, die vent verkoopt zijn oude kreukelige moeder met zwarte kniekousen en een witte onderrok met gaten aan (dit dragen de weduwen allemaal) voor een foto en een gehaakt kleed. Where are you from and see my shop. We kopen niets en gaan vlug weg.
Net voor Lagou heb ik een schat van een man geschoten op een ezel. Ena fotografia parakolò levert in eerste instantie een nè en een wegwuiven van de hand op. Blijkt dat wegwuiven kom nader betekent (en ons kom nader is zoiets als rot op) en nè is uiteraard ja. Ik draai al bedeesd om, terwijl het mannetje me breed grijnzend toespreekt. Het is een dotje geworden. Efcharisto.
In Lagou vertrekken fietstochten onder begeleiding naar de hoogvlakte, het is best druk met fietsertjes van allerlei nationaliteiten.
Bij de oude windmolens die in 1144 bewust op deze plaats zijn neergezet raast de wind keihard door de kloven. Ed krijgt de slappe lach omdat een Duits koppel de heuvel niet opkomst vanwege de harde wind,
Langs Agios Georgias en Psikro over de zeer vruchtbare vlakte gereden. Lassithi – 80 km2 groot en tot 1050 m hoog ligt door hoge bergen omsloten. Een bloemenweelde van rozen, geraniums, bougainvillea, oleander. Gewassen als wijnranken, aardappelen, uien, fruit graan, groente en talloze olijfgaarden, het geschenk van Pallas Athena aan de mensheid wat Sophokles een onverdelgbaar gewas noemde dat zichzelf onsterfelijk voortplant. Maar liefts 13.000.000 ! Als het seizoen van de toeristeninvasie voorbij is, helpt in de winter het gehele gezin mee aan de pluk die nog traditioneel plaatsvindt.
De talloze windmolentjes, vroeger (en in het hoogseizoen !) met witte zeilen uitgedost, die voor de bewatering van deze vallei zorgden hebben plaats gemaakt voor pompen aangedreven op agregatoren. In het verleden zouden hier 10.000 molentjes hebben gestaan. Deze zijn tot een 1000-tal terug gebracht en blijven alleen maar staan om de buitenlanders te fascineren. De witte zeilen zijn nog niet uitgepakt, die liggen te wachten tot het hoogseizoen binnen een 3-tal weken, van start gaat.
Oude vrouwen sjouwen takkenbossen en grasstapels op hun kromme schouders huiswaarts. De takken zullen dienst doen als brandstof voor de open haarden in de winter, centrale verwarming is hier een onbestaand iets. Het gras wordt hooi voor de dieren, niet per se voor in de winter, dan wordt alles weer groen, meer voor tijdens de zomer als de velden dor zijn en voedsel voor het vee schaars is. Het is een armetierig bestaan. En of die mensen echt gelukkiger zijn in hun armoe dan wij in onze weelde ? Ik weet het niet maar heb mijn twijfels als oma krom van de reumatiek met een hand in een zijde op haar beige rubber laarzen voorbij strompelt. Of is het romantiek als een schoonmoeder in een trui van onbestemde kleur gehurkt op 2 geiten past en 100 Drx voor een foto vraagt. En toch zijn deze mensen meestal aardig, vriendelijk en ook zeer trots.
In Psichro, een klein dorp op 900 m hoogte slaan we linksaf en komen terecht op een parkeerterrein waar je bijna platgedrukt wordt door de toeristen vervoerd door middel van vele bussen. Hier in de Diki grot zou Rhea het levenslicht aan Zeus hebben gegeven. De enige weg er naartoe is een steil glibberig pad, de grot zelf wordt slechts verlicht door kaarsen die de bezoekers zelf in de handen vasthouden. De legende dat Zeus hier zou zijn geboren spruit voort uit gevonden overblijfselen van opgegraven Minoische gebruiks-voorwerpen. De afdaling langs het smalle glibberige pad trekt ons totaal niet en we besluiten dat dit onderdeel voor de toeristen is die 6000 Drx betalen voor een dagtrip.
Rond 12 uur begint zich een hongergevoel te manifesteren, we stoppen in Mahos, wat in geen enkele gids vermeld wordt. Het is een nog bijna ongerept, typisch dorp, al verkoopt een enkeling al tapijten. Er zijn een paar terrasjes waar mannen keuvelen in de schaduw van de eetbare Johannesbroodboom. We parkeren zomaar ergens, dit doet tenslotte iedereen en laten ons meelokken op een terras. Greek salad, souvlaki, een fles water en een glas witte wijn onder een parasol. Wat is het leven soms goed.
Inmiddels heb ik talloze sneeuwwitte kerkjes gezien en gefotografeerd, alsook ezels en windmolens. Verder heb ik het spaans benauwd in de haarspeldbochten, voornamelijk als ik een serie van die kleine kapelletjes zie welke als nagedachtenis dienen voor overledenen gestorven door een verkeersongeval. Sommige van de dingetjes zijn goed onderhouden en zien er nieuw uit. Er brandt een olielamp in om de weg naar het hiernamaals te verlichten en veelal ligt er een blik vis of ander voedsel in om de eerste honger te stillen in het hiernamaals, wat geld om de veerman voor de eenmalige overtocht te betalen en een icoon.
Maar Edje past zich heel snel aan de rijstijl van een land. Hij is al een beetje een Kretenzer aan het worden, ja toch, zijn uiterlijk heeft hij ook mee.
Plots komt een kanjer van een bus zware uitlaatgassen spuiend de vrede van het middaguur verstoren. Opeens heerst er een drukke bedrijvigheid van in- en uitstappende reizigers – in dit geval plaatselijke marktgangers. De bus heeft kennelijk dit oord als eindpunt want de chauffeur keert het gevaarte 180o op de kleine plaats tussen de auto's, stoelen, eters en alles wat hier op straat loopt, een waar staaltje van meesterlijke rijvaardigheid.
Bij de Kerk heerst ook een drukte van belang. Zijn er veel huizen in erbarmelijke staat, de kerken zien er altijd zeer keurig verzorgd uit, ook dit kerkje wordt kennelijk opgeknapt. Sommige pope's zijn getrouwd. Indien ze zich echter van aardse geneugten onthouden kunnen ze promotie maken, de getrouwde niet, die blijven hun leven lang dorpse herders, ofschoon ze uiteraard tot de notabelen horen. Er zijn hier 2 pope's : een oudere grijze met witte baard en zwarte jurk en een jongere, donkere met blauwe jurk.
Na de lunch krijgen we niet alleen raki – waar je het verschrikkelijk warm van krijgt – maar ook partjes appelsienen en appel. Al zien de sinaasappelen en verschrompeld en oud uit, ze smaken heerlijk.
Rond 1 uur stappen we op, rijden via Malia richting Elounda over de oude weg, die niet druk is maar wel haarspeldbochten heeft. Ik heb wederom een subliem uitzicht over diepe afgronden, het is frapant, op de enge stukken van de weg zit ik aan de kant van het ravijn en op de minder steile gedeeltes ligt de bergwand naast me. Net voor Ayos Nicholaos rijden we de lokale vuilnisstortplaats voorbij, waar kennelijk het vuil in brand gestoken wordt – een soort open incinerator – best wel viesjes.
Elounda, waar Who pays the Ferryman is opgenomen, is een aardig vissersdorpje met een nog rustieke sfeer. De vele visrestaurantjes in de omgeving worden meestal door Cypriotische vluchtelingen uitgebaat.
Er zwemmen drie eenden voorbij in de baai, Ed vraagt welke het vrouwtje is. Ik antwoord dat dit altijd de witte zijn, de mannetjes hebben bont gekleurde veren. Nee dus, de witte en de bonte zijn beiden verliefd op een andere bonte. Ik hoor een echtpaar duidelijk Zeeuws praten, ze schieten in de lach als ze me horen zeggen 'te laat' voor een foto van het verliefde trio.
We slenteren en keuvelen en ik koop nog een fles water voor onderweg. Liters water hebben we gedronken, je dient eigenlijk altijd een fles bij je te hebben.
Op de terugweg in Ayos Nicholaos trekken donkere wolken samen en begint het zowaar behoorlijk te regenen. Mensen op brommertjes haasten zich naar bushokjes om te schuilen. De eerste regenbui in Griekenland !
Terug naar het hotel langs kassen met geel plastic afgedekt waar bananen en anjers in gekweekt worden. In Malia staan bananenverkopers langs de weg. Langs olijf- en amandelbomen, voorbij opeengestapelde muren, langs een paar vergeten windmolens. Hier en daar staan fel gekleurde bijenkasten op de flanken van de heuvels wat Kreta ook bekend maakt voor zijn yoghurt met honing, en honing van tijmbloesems.
Rond 5 uur terug, Edje houdt siësta en ik zit zowaar met wat kippevel het verslag te schrijven op het balkon.
Rondgeslenterd, Nederlandse koffie gedronken bij Manos. Hij verkoopt aan iedereen die man, het blijft een verbazingwekkend tafereeltje.
Op het eind van de Boulevard, voorbij de aan zee gesitueerde restaurants, is een kleine landtong met een oud kerkje waar het rustig is en waar de zon langzaam achter de heuvels zakt. Het oude kerkje dateert uit 1560 en is voorzien van fraaie fresco's. De ene zijwand is de rots waaraan het is gebouwd. Onder het kerkje (het ligt op een helling) staan wat struiken en wat groene bebossing.
Deze gewijde plaats zet 6 vrouwen tussen 40 en 60 aan tot obsceniteiten. We durven (doen het toch stiekem) niet echt om te kijken als we de 6 dames giechelend hun onderbroeken naar beneden zien trekken en tussen enige vrij kale struiken achter een laag muurtje zien hurken om te plassen. Had ik maar de Pentax bijgehad, nou ja, dan had ik ook niets gedaan.
In tegenstelling tot dit rustige deel van Hersonissou is het op de hoofdweg, de New Road, tevens enige directe verbinding tussen Iraklio en Agio Nicholaos een drukte van jewelste.
Volta tijd, het tijdstip van de dag waarop de kruidenverkoper zijn plastic zakjes met Creta-Herbs uitstalt en waar de notenverkoopster mini-zakjes gevuld met nootjes aan de man brengt. De kioskenman me vriendelijk helpt met telefoneren, een meisje fantastisch portretten schetst. Waar voorzichtingautomatisering binnenglipt in de vorm van speelhallen en een koppel die je foto op een 'mug' print.
Alle nationaliteiten flaneren hier door elkaar. Obers wenken, lonken en sleuren je zowat naar binnen, vrouwen verkopen tickets voor alle mogelijke dagtrips waar toeristen dan aan elkaar plakken van het stof, de warmte en ellende. Nee, maar goed dat we een auto hebben gehuurd. In de hoofdstraat groeit een oude kurkeik 's en tussen zijn bladeren verscholen zitten 's avonds om 11 uur nog honderden vogeltjes kwetteren om boven het irritante geluid van de onderliggende discotheek uit te komen.
Op advies van Apostolis, de hoteleigenaar, gedineerd bij Marina. Typically Greek ? Niet echt. De ober spreekt verdacht goed Nederlands en het menu is compleet 4-talig. Gezellig, goed ofschoon Westers en vrij duur. Vandaar dat Manolis in de lach schoot toen we dit vertelden.
We wilden nog een afzakker in het hotel, de bar is closed. De eigenaar kijkt heel schuldig en stottert een eind weg. De bar was helemaal niet dicht vanavond. De bar was dicht sinds afgelopen september. Er staan enkele tientallen lege flessen, een colletie van alle mogelijke en onmogelijk merken, voornamelijk lege Vodka flessen uit Zweden, achter de bar. De cola-koelkast is leeg en er is nauwelijks een glas te bekennen. De prijskaart op de muur is verschoten, de inkt bijna onleesbaar geworden door de zon.
Nee, hij moet niet iets special fixen voor ons, we hebben geen haast en het is nog relatief vroeg. We lopen naar de boulevard en drinken een Irish Coffee zonder Irish. Het is 11 uur, de meeste zaken gaan langzaam dicht. De obers staan wat rond elkaar heen te draaien, werpen sluikse blikken naar buitenlandse Godinnen die heupwiegend voorbij slenteren, ze staan te ginnegappen en sigaretjes te roken, te popelen tot ze het sein veilig krijgen om de meisjes achterna te gaan in overvolle discotheek, de drukke werkdag loopt naar zijn einde toe.
Terug in het hotel rook ik op het balkon ook nog een sigaret, zie een zwarte kat lopen, roep "Sammy" waarop het beest minstens een uur lang de longen uit zijn dunne lijfje schreeuwt.
*
11 mei 1994
Wederom vroeg uit de veren, het is immers geen weekend ! Vandaag staat Knossos op het programma, een naam die Ed om een of andere ondefineerbare reden niet goed in de oren klinkt. Hij doet alsof ik hem een oneerbaar voorstel doe wanneer ik Knossos alleen maar uitspreek en kijkt ook zeer bedenkelijk.
Net voor Iraklio passeren we strand Florida en een grote kazerne. Er tegenover staat een witte kapel die tegen de rotswand is gebouwd. Ze heeft enige witte bogen en een open klokkentoren. Aan de overkant van een der duizend baaien ligt Dia waar de kri-kri's in reservaten worden gefokt. Een dorp verder zie ik een beeldig wit kerkje aan de rechterkant van de weg met ervoor een mini-kerkje. Hier en daar ligt een vroege vogel-toerist reeds bruin te braden onder de zon. Om het half uur keren ze zich om, smeren nog wat olie, trekken een handdoek over hun hoofd om zich te beschermen tegen de felle middagzon en noemen dit de ultimate vorm van vakantie houden. We zien metershoge agaven, den, mimosa, cipressen, gardenia en roze onbekende bloemenzeeën.
De eerste indruk van Knossos is een parkeerplaats vol met bussen, het stikt van de dagjesmensen. Ik hoor Bardoulski denken : 'ik wist dat ik hier niet naartoe wilde'. Maar kom op, Knossos en Kreta vormen de grondvesten van onze beschaving. Het Minoische tijdperk en lineair A en B schrift. De mythe van de alles verslindende Minotaurus die verslagen werd door Theseus. De mythe en het labyrint hebben me zo vaak in vervoering gebracht. Dit stuk archeologie is een must.
Helaas heeft sir Arthur Evans toch teveel van zijn fantasie botgevierd toen hij de overblijfselen van het Minoische paleis waar de verschrikkelijke Minotaurus zich schuil hield blootlegde en restaureerde. Hij kreeg veel kritiek tijdens zijn heropbouwings-werkzaamheden; zijn collegea archeologen verweten hem zelfs dat het bouwwerk het resultaat van zijn eigen fantasie zou zijn.
De file om binnen te geraken is lang. Een pergola van bougainvillea's leid je naar de voorhof van het paleis waar overigens niet gerookt mag worden. Fotograferen zonder flits mag; video opnames kosten Drx 2000. De troonzaal waar de dolfijnen en de petit parisienne hangen is wegens verbouwing dicht. Daar baal ik het meeste van. Ik hoor een Belgische madam zeggen 'dat ik dat op mijn leeftijd nog kan zien'. De metershoge amfora's waarin wijn en voedingsmiddelen werden bewaard zijn vast niet ouder dan een jaar of 20. Ik fotografeer maar wat raak. In mijn eentje had ik misschien nog wat langer rondgedoold. Ofschoon… Ed zit mistroostig op een betonnen stuk pilaar te filosoferen over de toeristenstroom en het jonge, pas gestorte beton… De charme van de oudheid zakt wel heel snel weg. Gidsen vertellen van alles en nog wat. De helft van de mensen luistert niet eens, 2 giebels van 17 staan te giechelen en tonen zelfs niet de minste interesse. Zal een moetje zijn geweest van ma en pa denk ik.
Historisch gezien is deze beroemde nederzetting de meest bekende van Kreta, en was reeds in het steentijdperk bewoond. Het eerste paleis werd rond 10.000 VC gebouwd en 3 eeuwen later verwoest door een aardbeving. De stad Knossos zou tussen de 50 en 80.000 bewoners hebben geteld. Het paleis is een enorm complex van zalen, kamers en gangen, trappen, voorraad- en schatkamers, binnenplaatsten en altaren, luchtkokers en toiletten (met waterspoeling !), riolen en badkamers met koud en warm water, zonwering en ventilatie, fresco's en pilaren. Inderdaad een doolhof, een plattegrond is niet te krijgen, je loopt maar wat rond aan de hand van Ariadne.
Ieder jaar moest de koning van Athene zeven jonge mannen en vrouwen als offerlam naar Knossos sturen. Theseus, de zoon van de koning stelde voor om aan dit gruwelijk ritueel een einde te maken door de Minotaurus te doden. Ariadne die op slag verliefd werd op Theseus gaf hem een kluwen wol en de raad een eind vast te maken bij het begin van het labyrint en het kluwen al lopend af te rollen. Ze was bang dat hij ook verzwolgen zou worden door het monster. Theseus doodde de minotaurus en kon inderdaad heelhuids het labyrint verlaten omdat hij haar knot als spoor had gevolgd.
Hier zou de stier Zeus zijn geland, met Europa op zijn rug, hier werd de vloot van Minos vernietigd door de uitbarsting van de vulkaan op Santorini. Tijdens de opgravingen werden ook veel dubbelbijlen gevonden (die Manolis driftig verkoopt). Waarschijnlijk is labyrinthos (het huis van labrys) een afgeleide van labrys wat dubbelbijl betekent.
En ook hier ontsproot de mythe van Daidalos en zijn zoon Ikaros die met behulp van vogelveren, takjes en bijenwas vogelvleugels maakten. Toen ze met hun pasgemaakte vleugels opstegen om aldus de dictatuur van de Minotaurus te onvluchten adviseerde Daidalos Ikaros niet te laag te vliegen, de vleugels zouden nat worden maar ook niet te hoog, anders zou de was smelten. Ikaros echter, jong en onbezonnen, vloog te hoog, de was smolt, hij stortte in zee neer en verdronk. Daidalos vloog eenzaam verder en landde uiteindelijk in Zuid Italie.
In ieder geval viel Knossos ontegenzeggelijk tegen. Zelfs de souvenirs brachten geen euforie teweeg. Nog snel een icecoffee gedronken, de auto ingestapt en de bergen ingetuft.
Onderweg een oude brug gezien met heel veel gaten waarin talloze vogels hun nesten hebben gebouwd.
Berg op en af komen we in Archanes dat midden in de wijngaarden ligt. Veelal is de rode wijn hier verkocht afkomsting uit Archanes. Midden in het slapende dorp, waar de druivenranken welig tieren, de heuvels minder bits zijn en de hellingen niet zo steil, hoor je de gewassen groeien. Er liggen wat stenen op een hoop waar wat verdwaalde toeristen wat stom staan naar te kijken.
Meer per ongeluk dan geplanned in Vathypetro beland. De wegwijzer naar de archeologische vindplaats spreekt boekdelen. Hier gaan het asfalt over in grint, en even later het grint in aarde en kuilen. We draaien om.
In Ag. Paseos rijden we door naar Mirtia waar Kazantzakis geboren is. In dit kleine dorpje is een museum voor de grote schrijver opgericht.
De wegen zijn zeer slecht tot helemaal niet bewegwijzerd zelfs niet in de dorpen. Het blijft gokken waar je precies terecht komt, de kaart is te volgen maar niet erg duidelijk, doch zolang je op asfalt blijft rijden verdwaal je niet echt. Het is uitkijken echter voor kiezelwegen, die stoppen aan de rand van een ravijn of veranderen opeens een smal ezelspad.
De wegwijzerborden zijn onduidelijk maar opvallend is dat ze zowat allemaal zo lek als een zeef geschoten zijn door vrolijke pistollero's. Volgens de wetgeving is dit schieten verboden en staan er zelfs gevangenisstraffen tot twee jaar op. De praktijk leert dat de eerste Kretenzer nog geboren dient te worden die voor dit vergrijp zelfs maar een boete aan zijn broek heeft hangen.
In de valleien zien we veel boeren op het land aan 't werk. Een heeft zelfs een prieeltje uit oude autostoelen gemaakt om zijn druifjes te horen rijpen.
Ofschoon volgens de kaart de weg hier ophoudt, nog een 20-tal km haarspeldbochten gereden, weidse uitzichten gezien: op de flanken van de bergen groeien klavers en miljoenen madeliefjes, het is dromerig stil, behalve het fluiten van de vogels op de 811 m hoge Jountas.
Misschien was dit de oude weg van Iraklio naar Festos. En hier zou Zeus zijn begraven. In de kleinste dorpjes rijden bussen, hier heeft de tijd wel stilgestaan en is de horde toeristen geslonken tot een enkeling.
Stel je geen sneeuwwitte huisjes voor, de meeste huizen zien er uit als krotten, maar toch staan overal witgeverfde (benzineblikken) potten met weelderige geraniums, metershoge rozen, margrieten. Op een erf staat een ezel mistroostig te kijken, ingespannen voor een openluchtkoets, wacht hij op een rit ?
Alle dorpjes hebben, soms niet groter dan een parkeerplaats voor 4 auto's, een centrum met TABENAS waar mannen keuvelen of met hun komboloi spelen. Al zijn de huisvestingen nog zo armetierig, het valt op dat het huis van God overal zeer goed verzorgd is. Overal staan kleinere en grotere kappelletjes stralend wit te glinsteren in de warmte van de middagzon.
De dorpjes sluimeren en er heerst weinig tot geen bedrijvigheid. De oude generatie slaapt, de jongere wiedt onkruid op de velden, of slaapt onder een olijfboom, de nog jongere generatie werkt aan 't strand en de zeer jonge generatie gaan tot 1.30 naar school. De vrouwen haken op kleine houten stoelen voor hun huis. Het is vredig hier.
Van Ag. Paraskies naar Kastelli, een flink uit de kluiten gewassen dorp met sombere huizen. Ook hier wordt flink wat wijn verbouwd doch in de Tabena waar wij stopten voor een hamburger wordt enkel bier en fris geschonken. Typical Greek food is beperkt tot spaghetti en een hamburger. We kiezen voor het laatste en krijgen een broodje vies met ketchup en mosterd. Het zou kunnen dat we morgen enkel Immodium eten.
Deze kant van Kreta is niet toeristisch, biedt daarentegen behalve kerkjes en natuur niet veel. Het is een beetje aan de ruige kant hier. De mensen in Kastelli hebben bijna allen blauwe ogen en zijn zeer toerist onvriendelijk, het lijkt erop dat ze dit zo willen houden.
In de late middag zijn we terug in het hotel. Edje begint aan zijn siesta en ik haal Tit-bits, kleine versnaperingen, in de super markt. Het blijkt zinloos te zijn om oude munten te sparen voor een volgende reis. Mijn 10 jaar drx waren uit het circuit gehaald, dus sta ik mooi voor aap voor nog geen 50 cent. Een worstje in de vorm van een 5 cm hoog zuiltje (verzegeld en gevuld met Ouzo) mag mee naar Nederland.
Kaarten geschreven en het verslag bijgewerkt op het balkon. 't Ene moment schijnt de zon best hard, even later waait het of is het even bewolkt en vrij fris.
Rond 6.30 met de Pentax de stad ingedoken. Ben ik 2 minuten weg om extra kaarten te kopen en heeft Bardoulakis al chanse van een Griekse schone. Of nee, verhip, het is Ria, de dochter van de Bizon uit Terneuzen ! De wereld klein ? Of Kreta echt vol met toeristen ?
Ofschoon Chersonissos in de oudheid een bekende plaats was, is er behalve een paar mozaïeken die achter een hekje ten toon liggen gespreid in de Boulevard, en wat puin niet veel opgegraven.
Als je overdag de stranden en 's avonds de Volta straat mijdt, valt het plaatsje nog mee. Vooral vandaag, het lijkt wel alsof er een heleboel weg zijn, terug naar huis met de Airbus. Volgens de ANWB gids is dit een 'uit zijn vormen gegroeide, ongecontroleerde fungus van hotels, pensions, bars souvernierswinkels, 134 juwelierszaken en restaurants'.
In de vogeltjesboom zitten de vogeltjes weer te zingen. De artieste en de nats-verkoopster zitten op hun plaats. Potjes, flesjes, borden, flesopeners, kussens, vazen, T-shirts, korte broeken, petten, kaarten, gelukkig zakt mijn drang naar worst een beetje.
Na het eten op de Boulevard, wat ook een Immodium-kandidaat zou kunnen zijn, blijkt Apostolis (only about 5 people with this name) de bar geopend te hebben. Apetrots en glimlachend worden we uitgenodigd. Hij wil het schoon hebben zegt hij, en het was niet proper genoeg door de kat van de buren. Hij heeft al wat drank maar weet zelf niet wat, want zijn mind sometimes stops thinking. Hij heeft wel Raki (van aardappels of druiven gemaakt). White wine ? Hm, let me see (zoek, zoek), no, no white wine. Vraag ik op goed geluk een Campari Soda (omdat ik de fles zie) : 'hm, yes, may be, but where is the bottle ?' Of hij ziet ze vliegen of hij had er een teveel op tijdens the Baccara spel.
We kletsen wat en filosoferen. Over Nederland en Griekenland en Zweden en Macedonië. De Macedoniers took the symbols of Greece. And Swedish womens don't believe in anything, I mean, I was on their room and it smelled, they left their things you understand. Nee eigenlijk niet totdat 'womens blood and things' gefluisterd wordt. Ja, ik snap het, smerig inderdaad, een gebrek aan zelfrespect.
And they don't talk, the first days, but drink a lot. What's your name ? You get 10 % discount in my shop. Of course I don't tell just anybody because they people of the hotel should not feel obliged to buy clothes in my shop.
Knossos, well, you have to see it but it is no good. Bravo, bravo, you know some of our mythologie. Everybody should know the history of his country. Germans don't even know who started the 1st world war. Don't put Dutch people and Germans together in a hotel, you get trouble. I don't like Germans, they killed three brothers of my father during the war, but it's my living…
Apostel kijkt innig verliefd naar zijn bougainvillea's en aait ze ook een beetje. Vraagt me advies waar ik de planten op zou hangen in de openluchtbar. Hij serveert appels en meloenen als snack. En raki wordt per kilo verkocht. Het begrip liter bestaat niet in het Grieks. Alleen maar kilo's !
Rond 12 uur zijn we naar bedje toe gegaan en heel snel strooit het zandmannetje slaapzand in onze ogen.
*
12 mei 1994
Om 08.30 pas opgestaan. We ontwikkelen een nieuwe hobby : met zijn tweeën een boek lezen. In praktijk : ik begin een boek, Ed neemt het over, ik begin een tweede boek, Ed neemt het over en ik begin opnieuw in het eerste. Een soort voorproeverij of heet zoiets voorlezerij ? Momenteel leest Ed wie betaalt de veerman. Hij zou Kazantzakis moeten lezen. Alleen het noemen van de naam van de meesterlijke schrijver die Kreta fenomenaal in zijn boeken schetst, schept een schakel voor praatje met deze mensen.
De ochtenden zijn nog koel en ietwat vochtig. Wat de zon overdag aan water heeft opgelsurpt wordt 's nachts aan de aarde teruggeven omdat de warmte nog niet als een deken over het eiland ligt. De stoelen en onze kleren die buiten hangen om uit te luchten zijn zelfs een beetje vochtig.
Vandaag staat Rethymnon op het programma. Van Hersonissou via Iraklio over de New Road 120 km ipv 80 zoals Manos zei (78 km ten Westen van Iraklio).
De bergflanken zijn groen terwijl de wegbermen een ware bloemenzee zijn. Hier en daar huppelt een geit op de berg en in de verte zie je de witte toppen van Idi (Ida), een nog levende vulkaan.
Er is veel verkeer op de weg vandaag, het is niet alleen Hemelvaartsviering, ook de viering van 1 mei !
Na Fodele, waar El Greco geboren is, staan oude vrouwtjes sinaasappelen te verkopen. Ik moet natuurlijk fotograferen, de enige manier waarop deze excercitie kan slagen is door het kopen van een zak oranje vruchten. Een oude vrouw pakt mijn hand en vergelijkt die met haar eeltige, bijna benig gegroefde handen. Ze drukt me de hand en wenst me het beste. Ik haar ook. Zonder een woord van elkaars taal te verstaan, begrijpen 2 vrouwen uit verschillende werelden en van verschillende generaties elkaar volkomen.
De Kretenzers zijn zelf ook massaal op stap. Ze rijden in kolonnes, hele families en ze picknicken aan de kant van de weg, waar picknickstops gebouwd zijn en zelfs barbecues. Je snapt totaal niet waarom deze mensen niet een rustige baai opzoeken of een stil heuveltje. Oke, in de verlaten streken zijn geen BQ-faciliteiten opgetrokken langs de kant van de enige snelweg die Kreta rijk is wel.
De lucht is blauwer dan azuur en de zee blauwer dan appelblauwzeegroen (een soort diep turkoise). Zo blauw dat soms de scheiding van de lucht en de zee aan de kim onzichtbaar is.
De hellingen van de bergflanken, zijn soms grijs of rood, zelfs groen. Elke berg lijkt zijn eigen identiteit te hebben, zijn eigen kleur en zijn specifieke begroeing.
Rond 12.00 uur arriveren we in Rethymnon. Het klikt meteen. Het oude stadje met zijn 20.000 inwoners ligt gedeeltelijk op een landtong. Er is nog een enkele minaret overgebleven uit de Turkse tijd.
Ed heeft een Kretenzisch mes gekocht met mandinadhes, een kreet van eer :
"ik ben een Kretenzisch dolmes, wapen voor mannen met eer,
maar ook van vrolijke, oprechte vriendschap".
Mandinadhes kunnen ook liefdesliedjes zijn :
Moge ik je middel omhelzen
Moge ik je nek kussen
En dat mijn zweet mag druppelen op de tepels van je borst
of
Ik heb duizenden grieven maar kan ze niet vertellen alleen met mandinadhes.
In het kleine winkeltje, eigenlijk een barbiershop worden naast dolken de typische kombolois verkocht. Die moet ook mee, het zou kunnen helpen bij het stoppen met roken. Maar een beetje werden we door de oude kereltjes wel bijna een oor aangenaaid, ik had al afgerekend, de dolk in mijn tas, maar het manneke had de komboloi stiekem in zijn hand. Of laten we het erop houden dat de kereltjes zelden een toerist zagen, daarvan hotteldebolder waren en de man uit macht der gewoonte het ding in zijn hand hield.
Pittoreske straatjes en steegjes. Ik loop per ongeluk een binnenplaatjse op met een 5-tal handwerkende oude vrouwtjes, de seriniteit van de kleine patio, beschaduwd door druivenranken en citroenbomen is zo integer dat ik het niet eens waag mijn door het Pentax oog te kijken. Dit soort foto's laat ik aan de echte papparazi over. Er zijn gezellige visrestaurantjes te kust en te keur aan de waterkant, gezellig druk.
Toch zoeken we al snel de buitenwijken op waar de toeristen minder rondhossen. We drinken koffie op een "grieks" terras (waar een bord hangt Hollandse Koffie hier verkrijgbaar) met de bekende ongemakkelijk zittende houten stoelen met rieten zittingen. Oude mannen drinken bier uit kleine glaasjes en zitten duidelijk te genieten van het luie leven.
De vrouw des huizes heeft zonet een afschuwelijk T-shirt jurk gekocht waar ze apetrots op is. Ze houdt de jurk voor haar nogal voluptieuze lichaam en prompt komt commentaar van de mannen. Ze is zo trots op haar nieuwe aanwinst dat ze snel naar binnen rent om even later stralend te poseren in haar veel te strakke jurk. Haar zeer goed gevulde borsten en tonnetjesbuik zitten strak afgelijnd in de fel roze/groene jurk met driekwart mouwen.
Ze houden enorm veel van parkietjes, de vogelkooitjes hangen her en der in de schaduw, ieder gezin is minstens in het bezit van een zo een diertje. Blijkbaar vinden de parkietjes het niet zo erg opgesloten te zitten, ze zingen uit volle borst van balkon tot balkon.
En dat het leven veel ongecompliceerder kan blijkt uit de man die zijn auto poetst vanaf de eerste verdieping naar beneden met een dichtgeknepen waterslang.
Het oude Venetiaanse fort van 1574 is een verrukking voor amateur fotografen. Idyllische plekjes, gebouwen, ruines, kantelen en schietgaten omzoomd of begroeid met kamille, tijm, margrieten, paarse, rode, roze, witte, gele bloemenpracht.
Het toilet in het Fort is dicht vandaag. Het museum ook. Er hangt een bord "wegens 1 mei viering gesloten". Maar als Ed op uitkijk staat (en NIET kijkt) kan ik het zoals de 6 dames. Geroutineerd ben ik er niet in want ik vergeet mijn rok in orde te brengen (naar beneden te trekken dus).
Het is warm, maar nog niet bloedheet. Het is zalig. In de gezellige vissershaven proberen ook hier talloze obers hun waren aan te smeren en mensen te lokken op de terras. Ochi tora (nee, later). Ed, die steeds bruiner wordt, spreekt men inmiddels in het Grieks aan.
Na twee uur slenteren wordt het lunchtijd. Een Griekse Pizza (van zelfrijzend bakmeel gemaakt ?) smaakt heel goed. De rode wijn is veel koppiger dan de witte. Where are you from ? Holland ? Aha, Rabobank, my brother is from Doetinchem !
Wat een leven, zalig niets doen en toch veel doen : slapen, eten, rijden, wandelen, wijn en water drinken (water bij de wijn doen), in het struikgewas plassen, kletsen, luieren, dingen bezichtigen.
Mijn Pentax zoemt content en ziet wat 2 ogen soms niet zien. Hij fotografeert tevreden, relaxed. Ik ben weer optimaal gelukkig met hem want wat ziet een dure camera meer ? Hij knipoogt vrolijk naar de pope met zijn familie en naar het jonge meisje in een schietgat. En grinnikt naar de surrogaat Franse parfumflessen en trekt een oog naar alle postkaarten en denkt geef me de juiste plaats en behandel me goed en ik geef je meer dan hetzelfde.
Het is 6.10 uur, Edje slaapt en ik geniet van de zon met een glaasje witte wijn. Ik voel me prima hier, carpe dieme, maar dan wel zeer intens hier.
s' Avonds gaan dineren in Pyschopiano, een rustig, mooi, maar wat gekunsteld dorpje. Ik denk dat de bewoners subsidie krijgen om jaarlijks de huisjes te verven. Het lijkt alsof de oude vrouwen als kijkobjecten voor de blauwe deurtjes op gammele stoeltjes hebben plaatsgenomen. Echter de contradictie kan ook nog : misschien zitten ze wel buiten en verlustigen ze zich aan de toeristen die als kijkobject dienen. De katten huppelen vrolijk rond en maken krolse geluiden.
Apostolis had ons een visitekaartje meegegeven goed voor 10 % korting in de kledingszaak 'with no name yet' van zijn vrouw. Straigth up the hill, alleen er lopen 2 wegen recht op de berg en uiteraard nemen we de verkeerde.
Ik heb ontdekt dat de beste restaurantjes geen uithangborden hebben en dat er plastic of papieren tafellakens de tafels sieren. Krakkemikkige stoelen betekenen bijna altijd betere kwaliteit voedsel dan met schuimrubber beklede stoelen. We hebben hier zeer lekker gegeten voor weinig geld (4500 Drx) met uitzicht op voor onze normen reusachtige geraniums, oleander, citroenbomen en bougainvillea.
Als we teruglopen naar het drukke rumoerige Hersonissou, horen we behalve de stille, zachte geluiden van de nacht, een krekel die zachtjes sjirpt, een schaap dat blaat in de verte, een blaffende hond wiens nachtrust even wordt verstoord, het ruisen van de zee, niets totdat enige Hollanders luidruchtig gillend de berg afrollen. We staan even stil, omdat de stilte van de fluwelen zware nacht het ademen bijna beneemt en veel te mooi is om verstoord te worden. We genieten van de bijna zwoele, ietwat vochtige lucht, het uitdamenen van alle groen, het ruikt als bij ons na een onweersbui, maar dan zachter, niet zo heftig, alsof de nacht je wezen omsluit en meeneemt naar de flonkerende sterren, een zucht, een ademtocht. En de sterren, ze glinsteren, lijken meer licht te geven als thuis, ze lijken dichterbij te staan. De poolster beheerst het universum, de grote beer slaapt, de kleine beer aan zijn voeten. Hoe zalig…
De rust wordt helaas snel verstoord bij het binnenkomen van de buitenstraten van het centrum. Om niet direct in het geschreeuw te belanden besluiten we nog een glas wijn te drinken bij Pegassos. De 2 Duitse vrouwen, eentje met enge ogen, zitten hier weer. Bij de toiletten zitten enige Duitsers lawaai te maken en bier te drinken.
Apostolis heeft de bar wederom open. We kletsen en Ed drinkt RAKI (iets wat bij mij overigens zeer slecht bevalt, ik eerder vies vind en naar natte, ongewassen washandjes vind ruiken). Maar men zweert bij de helende bestanddelen van het spul : 'maag- darm- long- hart- lever- nier- hoofd- overspannen noem maar op alle klachten. Vandaar dat alle opa's de respectabele leeftijd van 80 of meer hebben bereikt als ze in leven zijn.
Om 2.00 uur besluit ik mijn bed op te zoeken en laat Ed achter bij Apostolis, de obers van de strandterassen en een Zweedse vrouw die op een ferryboot werkt.
*
13 mei 1994
Vandaag gaan we Heraklion bezoeken en Martin afhalen. We zijn alletwee een beetje niet in optimale doen. Een beetje moe nog. We rijden langs de kazerne waar je niet mag fotograferen, langs het zigeunerpark richting vliegveld. Volgens de informatie is Martin net opgestegen in Zaventem. Ik ben zeer onder de indruk van de on-line, snelle, relevante communicatie.
Heraklion, met zijn 90.000 inwoners de grootste, en tevens de hoofdstad van KPITH, waar tevens de orthodoxe aartsbisschop zetelt. Hier bouwden de Arabieren in de 9e eeuw een vesting, omgeven door een diepe gracht. De stad heette Rabdel-Kandeak. In 961 veroverd door de Byzantijnen om tussen 1204-1669 onder Venetiaans bewind te leven, toen Candia geheten. Uit deze tijd dateert het fort, veel kerken en gebouwen.
In 1669 viel de stad in handen van de Turken en pas in 1832 Herakleion genoemd. Pas na 1913, toen Kreta deel van Griekenland werd, begon zijn bloei, tijdelijk een halt toegeroepen door zware gevechten en bombardementen tijdens de tweede wereldoorlog. In deze stad, in het zuiden aan de voet van de kolossale bastion ligt Kazantzakis begraven, de schrijver, die in Freiburg overleed en de Kretenzers, Pruisen onder de Grieken noemde, hard, rebels en krijgzuchtig. Op de dag van zijn begrafenis waren alle winkels in Iraklio dicht en hangt heden ten dage nog steeds de Wit-blauw gestreepte vlag halfstok. Op een stenen plaat staat 'ik hoop niets, ik vrees niets, ik ben vrij'.
Ontspannen lopen we te dralen over de 14 km lange pier (heen en terug) in de haven van Heraklion. Het wemelt van de krakkemikkige, in vrolijke kleuren blauw geschilderde visserschepen. Vele hebben grote ladingen plastic flessen aan boord, misschien om de netten te markeren, om de boten drijvend te houden lijkt ons nogal sterk. Vlak voor de ingang van de haven ligt een roestig, vergaan wrak. Bijna buitengaats ligt een Russische boot, waar stokvissen hangen te drogen in de zon, klaar voor de afvaart.
Een vrouw ligt te slapen op een steen, mannen drinken raki aan boord van de vissershaven, of spoelen de vers gevangen vis schoon met water, vervuild met olie, uit de haven. Of scheppen ijs blokken van de ene plastic bak naar de andere. Ze zijn allemaal bezig, niet druk, niet snel, maar ze doen iets. We staan het tafereel wat op te nemen en schudden ietwat verbaasd het hoofd. Als ze dan strakjes thuiskomen, waarschijnlijk met een half stuk in de fiets, vertellen ze dat ze heel hard hebben gewerkt, en tonen trots het geld wat ze hebben verdient met de verkoop van een enkele vis. Steeds meer begrijp ik waarom de vrouwen hier de hoekstenen van een gezin zijn.
Ed eet meatballs en ik tuna-fish salad bij de haven. Het terras ligt aan een drukke weg, de obers steken voor iedere bestelling met doodsverachting de weg over. Er zit een Hollands stel te eten, op pad met een tandem.
Heraklion, voor de snelle bezoeker niet veel soeps, het doet me sterk aan Montpellier denken : jawel, er staan wel oude gebouwen, groteske zelfs En er zijn grote parken en het stikt niet van de toeristen. Een drukke stad, met veel bedrijven, industrie, met veel verkeer, voornamelijk knetterende brommertjes, en weinig sfeer. Kretenzers komen er enkel uit noodzaak, for business, not if not necessary.
Rond 3.15 uur besluiten we de stad te laten voor wat hij is en begeven ons richting vliegveld. Nog even chips enzo gekocht in een supermarkt waar geen buitenlands gesproken wordt, en zelfs nog worst gekocht (honing met tijm).
Ik wil per se het Sobelair vliegtuig fotograferen, maar word onvriendelijk weggejaagd op de plaats waar ik denk dat het vliegtuig aankomt. Er is eigenlijk niets aan de hand, behalve dat dit de ingang is voor de militaire luchtbasis. Aan de andere kant van het vliegveld, richting Heraklion heb je veel beter zicht op de baan en kun je naar hartelust fotograferen.
Volgens de vrouw achter een info balie, is het vliegtuig aan het landen. Dit vertelt ook een monitor. Driftig bedenk ik me dat een welkomstpapier niet echt uit de toon zou vallen. Alleen waar vind je een papier en nog zeldzamer een viltstift. Uiteindelijk leen ik een parker pen van de bediende van Eurocar, zeer tegen zijn zin, want hij kijkt zeer wantrouwend of ik de pen al dan niet helemaal leeg zal schrijven.
't Is een CHAOS (Grieks !) en wederom CRYSIS (!), vandaar dat wij die woorden overgenomen hebben die hun oorsprong zouden vinden in de periode tijdens de val van Troje. Crysis, de hogepriester van duister allooi, was verliefd was op Cassandra. Cassandra, de slangenpriesteres had de gave om de toekomst te voorspellen op zeer jonge leeftijd gekregen van Apollo, de Zonnegod. Helaas, was Cassandra wel eens chagrijnig op Apollo, en ze haatte Crysis. Aldus raakte zeer Apollo vertoornd, ontnam haar niet de gave, maar besloot dat niemand ooit naar haar zou luisteren in Troje. Cassandra doodde Achilles uit Sparta met de laatste giftige speer van haar tante, een Amazone die ook al geveld werd in de strijd. De Spartanen geloofden in Aphrodite en de Trojanen in Apollo. En wat geen van de strijdende partijen, behalve Cassandra, wist was dat de Goden de oorlog voedden en uitlokten.
Uiteindelijk waren Posseidon, Zeus en Apollo in een dusdanig gevecht gewikkeld, terwijl Sparta Troje belegerde, dat Poseidon woedend op de grond stampte en vooraleer het paard van Sparta in de vesting Troje binnenkwam waren de stadsmuren door de woede van de Goden geveld.
Agamemnon ontvoerde Cassandra en maakte haar zwanger. Toen ze na 2 lange jaren in Sparta aankwamen werd Agamemnon gekielhaald door zijn echtgenote (die zich inmiddels ook minaar had aangeschaft). Zie liet Cassandra en haar zoon leven. Cassandra vluchtte met het kind tesamen met een als vrouw verkleede man naar Colchis. Dit vertelt niet de Illias, ik hoor al zuchten slaken voor mijn onwetendheid, maar een boek van Marion Bradley. Volgens de Illias is de hele familie van Priamus vermoord, zijn zoon kwam om, en de mooie, naar het evenbeeld van Aphrodite geschapen Helena van Troje, werd door haar eerste echtgenoot teruggevangen.
Maar wat staat er tot iedereens verbijstering op een steen in het Historisch museum van Athene :
Zeus van Dodona, aanvaardt dit geschenk, dat ik je zend van mij en mijn familie – De Zakyntische familie – consuls van de Molossen en hun bondgenoten, 30 generaties geleden afgestamd van Cassandra van Troje.
Bovenstaande intermezzo heb ik niet op het vliegveld verzonnen. Daar was ik immers verzekerd Martin te hebben herkend (aan zijn groene hemd). Het bleek niet waar, en inmiddels komt Ed melden dat de vlucht van Sobelair een uur vertraging heeft. Ik ben nogal razend over de 'misinformatie' en besluit dan maar naar buiten te lopen om het vliegtuig te zien landen. Het is best druk daar; en in mijn eentje met mijn tas en Pentax voel ik me toch niet echt kosjer. Tot overmaat van ramp begint mijn vel te krimpen (rood te worden) en is er nergens een schaduwplaats.
Rond half-zes is Sobelair veilig aan de grond en komt Martin vrolijk lachend de hal binnen.
Doulski is door het dolle heen en rijdt zoals Apollo vloog. Ik zit 'm te knijpen. En het is vrijdag de 13e vandaag ! Meestal gaat er dan wel iets mis, omdat wij, bijgelovigen denken dat er iets mis gaat, gebeurt dit ook (later blijkt dit wel te kloppen, de tuna-fish salad was goed genoeg om een ziekenhuis in Nederland volledig te laten ontsmetten op Salmonella!).
Rond 6.15 in het hotel. Apostolis vraagt het paspoort van Martin, overhandigd hem een sleutel en zegt vrolijk 'Rita will show you, she feels at home here !'.
Bij de buren van Manolis, 'Mythos' krabcocktail en Mousaka gegeten. Het is een niet al te toeristisch restaurant waar het eten lekker, eenvoudig en zeer Grieks is.
Nog even bij Apostolis aan de bar gezeten. Vroeg naar bed, Martin naar het dorp waar hij 'Florida' ontmoet.
*
14 mei 1994
Vandaag verhuizen we naar Ayos Nicholaios, naar Kalavakis, friends of family van Manolis.
Het berglandschap is hier ook zeer fraai. We passeren Vrahassion, Latsida en Neapolis, waar de boosaardige grootmoeder van Elana Vassilikis woonde (wie betaalt de Veerman).
Na ongeveer een uur komen we aan bij de 'kazerne'. 2 appartmentsgebouwen met uitzicht op zee, en een reeds vrij dorre tuin. Fraai oogt het niet, maar omdat de afspraak is gemaakt, durf ik niet met goed fatsoen een ander hotel te zoeken. We dopen het 'de Kazerne'.
De oude eigenaar staat ons ietwat fronsend op te nemen. Op onze vraag "Do you know Manolis", antwoordt hij : "I AM MANOLIS". Het ziet er niet al te goed uit, een beetje vies zelfs. De lakens zijn vorig jaar aan het einde van het seizoen voor de laatste keer ververst. Ze zijn niet smering maar een beetje stoffig. Voorjaarsschoonmaak heeft hier niet plaatsgevonden. De koelkast heeft 6 maanden uitgestaan, en in een kopje zit nog een restje nescafe. Maar voor Drx 7000 kunnen we slapen en gratis van het strand gebruik maken ! Ed en Martin gaan de zaak verkennen en ik val gewoon in slaap.
Een uur later, en 3 raki's verder kennen ze de man zijn levensverhaal. Zijn grond is veel geld waard, maar hij wil niet verkopen aan toeristenbureau's. Ook vertikt hij het om zijn appartementen te laten opnemen in een brochure. Jawel het kost hem misschien geld, maar hij wil zijn vrijheid en zijn grond zelf beheren en nalaten aan zijn 2 dochters. De ene woont in Zweden en is arts en de andere is advocaat in Athene.
Ed houdt siësta en Martin en ik gaan stiekem door het zwarte smeedijzeren hek 'No entrance, only for people staying in Mirtos Beach', het dure vakantiecomplex. Heel voorzichtig lopen we over de nog bijna desolate, gekunstelde baaitjes met flagstones betegelde steigertjes en in het midden een rieten parasol. Oh, wat is het hier klinisch schoon, de vakantiehuisjes stralend wit, de tuinen akelig onderhouden, het zand gezeefd en ook wit geverfd ? Op een enkele van die private piertjes ligt een koppel te bakken en te smeren in de hete middagzon. Wat heb ik toch een hekel aan mensen die alleen maar zonnen, draaien en smeren ! Waarom ga ik dan ik hemelsnaam op vakantie naar een warm land ? Een overnachting kost hier Drx 24.000 en wat moet dit in het hoogseizoen een rampzalig oord zijn.
Een eindje verder, we lopen inmiddels gewoon alsof we hier ergens thuis horen en als iemand ons iets vraagt, nou dan antwoord ik in het Zelzaats, wedden dat dit niemand begrijpt, komen we aan een strandje met al voorgebakken jonge Goden, die wachten op de massa om hun surfplanken, motorbootjes en snorkeluitrustingen te verhuren. Ze zitten relaxed te praten met een stel goed uitziende, jonge schonen. Het zoveelste hart staat op het punt van breken na 2 weken vakantieverliefdheid.
Martin en ik doen voorzichtig onze schoenen uit, willen pootje baden en ontdekken tot onze verbijstering tientallen dode en levende kwallen. De pret was snel gedoofd.
Na onze padvinderstocht, als Ed wakker is, rijden we naar Agios Nikolaos, een klein dorp met slechts 5000 inwoners. Even voor de haven, waar we zitten borrelen, ligt Voulismeni, hier heeft Pallas Athena in gebaad. Het meertje dat gevoed wordt door – naar men zegt een van de beste – zoetwaterbronnen uit Kreta, staat in verbinding met de zee middels een klein kanaaltje. Het is prettig zitten, vele terrassen en veel restaurants. Hier vertrekken dagelijks vele boten naar Spinalonga en wie Victor in zijn element wil meemaken dient hier in te schepen.
Inmiddels is Martin er zich van bewust geworden dat zijn paspoort nog in Chersonissos ligt. Ik bel snel Apostolis vanuit een kiosk. Geen probleem, mochten we door een aanrijding of wat dan ook in contact komen met een overheidsinstelling (politie !) dan moeten we hem direct bellen. Gerustgesteld nippen we nog wat aan onze glaasjes, knabbelen een paar nootjes, zitten te commeren, ons te ergeren aan luidruchtige 'Olanders' en te vitten op het drukke verkeer. Eigenlijk is het Ed die zich zit te ergeren. Veel toeristen komen aan van de dagtrips naar Elounda, Oulos en het Krikri-eiland. Nederlanders, Fransen, Belgen Engelsen Duitsers, we worden al een beetje bedreven in het herkennen aan het uiterlijk.
Ik sta niet te popelen om hier auto te rijden, ik vind het nogal warrig, zonder strepen op de weg, zonder afrasteringen aan de ravijnen. We rijden terug naar de Kazerne, daar zal allicht wel een restaurant in de buurt zijn zodat we te voet naar bed kunnen.
Hoe later het wordt, hoe akeliger ik me voel. Ik word misselijk van eten te zien en eet dus niet. De wijn vond niemand lekker, we hoefden ook niet de fles te betalen. We konden het absoluut niet laten een pagina uit de menukaart de jatten, hier serveren ze immers een soort steak met White Wive Sause !!
Ed en ik liggen al vroeg op een oor en Martin gaat nog even stappen, hij heeft een adres van een Nederlandse bekende in de stad. Later blijkt dat alle zaken dicht of bijna dicht waren.
*
15 mei 1994
Ontbeten in Agios Nikolaos aan het zoetwatermeertje voor Drx 3700. Het meisje geeft Drx 1000 teveel terug, dit hebben we netjes gemeld. Behandel vreemden zoals je zelf behandeld zou willen worden en dan komt het altijd goed.
We rijden langs een Orthodoxe kerk waar net de zondagdienst gereed is, en zien alle geloven naar buiten komen met een plastic bakje gevuld met sla of Tzaziki en brood en snappen hier dus geen snars van. Het brood tot daar aan toe, maar dat plastic bakje en het feit dat dit genuttigd wordt op straat ? De geloven kijken ons ietwat verstoord aan, ze snappen niet wat die toeristen op die plaats doen. Wij snappen het ook niet.
Meneer Kalavakis is vermoedelijk ook naar de kerk, hij is niet te zien bij zijn schuurtje, waar hij klaarblijkelijk in zijn eentje leeft, want daar zat hij ook te eten gisterenavond, toen zijn vriend langskwam (zijn vrouw leeft in het grote huis', volgens mij ietwat in onmin). We pakken rustig onze spullen, ruimen wat op, en als dan nog geen Manolis te zien is – misschien zit hij na afloop van de kerkdienst wel in de Raki-bar – laten we het verschuldigde geld op de nachttafeltjes achter en vertrekken naar Elounda. De hellingen zijn steil, hier en daar stukken weiland afgezet door op elkaar gestapelde muurtjes. Elounda aan de noordoostkust van Kreta, een nest tussen de hoge ruwe bergen en de blauwe zee. Elounda dat uit 4 dorpen bestaat : Shisma, Mavrikano, Kato Elounda en Pano Elounda, een afkorting van 'naar Oulous' aan de baai van Korfos.
12 km voorbij A.N. ligt het aardige dorp er nog net zo vredig bij als afgelopen dinsdag : de bont gekleurde haven (door de vissersboten), de restaurantjes, een supermarkt en een enkele boetiek.
Geen zin om al te lang rond te rijden stel ik voor om een hotel te zoeken en laat Ed en Martin achter op het plein waar twee vredesduiven klaar staan om op te vliegen.
Hotel Kalypso is duidelijk in handen van een 'toeristenbureau'. Het bedienend personeel weet niet of er kamers vrij zijn.
Het tweede hotel heeft teveel Arke- en Holland International stickers op de voordeur geplakt en een grote, royale ontvangsthal. Ik loop door. Het volgende is een pension met enkel kamers, en ik loop wederom door. En dan zie ik hotel Sophia (met de nadruk op de I). 3 Persons ? Well, I have one room with 3 beds. No ? Well than I have one room with a big bed or two small beds, but no room with one bed. Griorg toont alle kamers, boven en beneden, het ziet er proper uit en kost hetzelfde als in de kazerne. En er is een bar voor de dorstigen, C-klasse hotel, inclusief ontbijt. Opgetogen haal ik de jongens, we drinken braaf koffie, ruimen wat spulletjes op en gaan de stad verkennen.
Bij terugkomst wordt ook hier binnen no-time de raki op tafel gezet en ook hier wordt zijn genezende invloed voor alles geprezen. Yannis, de beetje simpele broer van Griorg loopt wat giechelend rond. Manolis wordt geboren. Yannis weet precies waar alle Bardoulakis' wonen, hij werkt bij de Kretenzische PTT. Edje, pistollero van Chania, zou 10 jaar geiten hebben gehoed op de Idi is het Grieks verleert. Die 2 broers worden helemaal gek. 1 Uur laten liggen hoteleigenaar en Edje op een oor siësta te houden nadat er is afgesproken dat woensdag Kretenzers op bezoek zullen komen.
Yassas, Yassou Giorgi & Manolis
Martin en ik bezichtigen de oude zoutpannen. Ik zeg nog 'voor ruines ligt toch alles netjes gestapeld'. Martin antwoordt : 'hier èn d'r noch nie vele uut Terneuzen gelop'n'. Jawel de volgende dag komen M & E een fysiotherapeut uit Terneuzen tegen. Witte wijn gedronken op een Yuppie terras, Rythm & Blues bij de baai van Oulos. De witte tafeltjes onder beige parassols worden bezet door jonge Goden en Godinnen die hun kleding niet bij de de toerist shops halen en hun autoss niet bij een verhuurbedrijf, tenzij ze er zelf een bezitten, ze rijden in een gloednieuwe Mercedes, Porsche of BWM ! Zo tussen 17.00 en 19.00 is de zon het best verdraagzaam, verbrand je niet en is de temperatuur zeer behaaglijk.
Bij gegeten. Duur maar lekker, steak met roquefort-saus. Ed is helemaal uit zijn normale doen, de naweeën van vanmiddag. Tot overmaat van ramp rookt hij 5 sigaretten die hem overigens zeer erg smaken. Het einde van de zelfkastijding is vermoedelijk in zicht. Iets wat ik overigens persoonlijk niet al te erg vind, misschien trekt zijn humeur wel in de oude vorm terug.
*
16 mei 1994
Rond 8.00 uur uit de veren. Gezellig ontbeten in de buitenlucht. Mijn maag en buikje rommelen nog steeds een beetje, het zit allemaal overhoop. En dit alles vermoedelijk door de mayonaise die in Heraklion op en neer over de rondweg ging. Hm, we hebben de vis daar ook zien schoonmaken; misschien werd de sla ook schoongemaakt in ditzeflde water waar een olielaag op lag… Eigenlijk is het een mirakel dat ik hier nog nooit eerder ziek ben geweest. Ed wel, op Spesea, na het eten van Mousaka…
Vandaag staat Spinalonga op het programma. In Elounda een veerdienst genomen voor Drx. 500 : retour verzekerd (dit is niet altijd het geval).
Het door de Venetianen gebouwde fort – opgetrokken uit stenen van de verdronken stad Olous – later door de Turken bezet was tussen 1913 en 1955 een oord van verschrikking. Het was het eiland van de dood en het eiland zonder veerman, zonder Haron. Hier werden leprozen gedropt en leefden de mensen onder zeer erbarmelijke omstandigheden. Ondanks alle ellende sloot de pope een stiekem huwelijk, het was strikt verboden voor de melaatsen om te huwen, maar zelfs op dit eiland vlamde liefde op en tegen Aphrodites macht is geen mensenhand bestand. De kinderen welke uit deze huwelijken ontsproten waren in de meeste gevallen gevrijwaard van lepra, de ziekte is namelijk enkel besmettelijk indien open wonden met andere open wonden in contact komen. De arme babies werden weggehaald en dienden 7 jaar in quarantaine door te brengen in een weeshuis in Athene. Dan pas geloofden de toenmalige artsen dat de kinderen werkelijk niet besmet waren.
Kinderen die toch op een of andere manier toch waren besmet werden vastgehouden op de 'lange naald' of 'rug van de leeuw' zoals Spina-longa zou betekenen. De huizen zijn vervallen en voor niets meer bruikbaar. Een toerist vraagt een Ferryman of er ook een taverna op Spinalonga is. De ferryman bekijkt de man alsof hij van mars komt en is compeet sprakeloos over zoveel ontwetendheid. Er is niets op het eiland, behalve troosteloosheid, verlaten graven en zwarte raven.
De verhalen van de leprozen zijn diep triest. Van het meisje dat ouders wilde bezoeken in A.N. en zich had verstopt onder de motor van het schip. Haar been verbrandde zonder dat zij iets voelde. De bemanning rook echter een lucht van verbrand vlees, zij werd ontdekt en teruggestuurd.
En het trieste verhaal van en vrouw die zoveel van haar gedeporteerde echtgenoot hield dat ze zichzelf wilde besmetten met een geinfecteerde injectienaald. Wat overigens niet lukte en aldus werd ze gescheiden van haar echtgenoot.
Toen uiteindelijk in de 50-er jaren een vaccin tegen deze langzaam slopende ziekte werd gevonden vertrokken de leprozen. Het eiland kwam in volledig verval.
De ferrymans zijn vissersboten die in het hoogseizoen aardig wat duiten in het zakje brengen. De boten varen de gehele dag op en neer, er kan een 50 man of meer aan boord.
Er zit een heel vriendelijk, 5 jarig, Nederlands meisje naast me. Ze praat honderd uit en komt spontaan bij me zitten op de terugweg. Ik prijs haar moeder gelukkig met zo een kind. Dat beaamt ze volledig.
Een paar uur later hebben de boys honger, ik ben misselijk, misschien ook de psychologische, trieste invloed van het eiland. Ik ben ziek en ga naar bed.
s' Avonds lijkt het wat op te klaren, ik koop een boekje over Elounda en loop mee richting restaurant. Echter de etenslucht doet me compleet kokhalzen en doodziek loop ik terug naar het hotel. Ik eet en drink niets meer, al twee dagen niet, dit wordt pas een goedkope vakantie.
*
17 mei 1994
Gisteren avond dacht ik eigenlijk dood te zullen gaan. De oude remedie citroensap met suiker werkte eerder averechts. Men wil me naar een dokter sturen of er een laten komen, maar ik ben veel te bang dat ze me opnemen in een ziekenhuis. Vanmorgen een arts opgezocht, doch in het kleine keukentje wat tevens dienst doet als wachtkamer zitten zoveel Kretenzische, volledig in het zwart gehulde vrouwen, geduldig te wachten tot de dokter van een visite terugkomt dat ik alweer een vlaag van misselijkheid voel opkomen en naar de dichtst bijzijnde apotheek ga. Een niet al te vriendelijke vrouw geeft me primperan tabletten en zakjes rijstpoeder om uitdrogen tegen te gaan. Het werkt in de loop van de namiddag begin ik zowaar weer te leven.
In Elounda staat de kerk van st. Konstantijn (1970) en Elena. Hier wordt de naamdag van de twee heiligen op 21 mei gevierd. Alle Konstantijnen en Elena's of de afgeleiden van deze namen verzamelen zich aan de Kerk en overal hoor je de kreet 'Kronya Polla' (nog vele jaren). Men hecht meer waarde aan een naamsdag dan aan een verjaardag. Men weet trouwens nauwelijks hoe oud men is of hoe oud iemand ouders of de grootouders zijn. It's hm, between 90 and 95 perhaps.
Op Goede Vrijdag wordt Christus weer gekruisigd en trekt de begrafenisstoet door de smalle straten van de kleine dorpjes. Op zaterdag bevindt het dorp zich in de rouw, kleine jongetjes slaan met hamertjes op ijzeren staven, gevolgd door de pope, voor deze gelegenheid niet in sombere, donkere gewaden gehuld maar in rose-gouden kazuifels. Zangers en knoorknapen vergezellen de priester die de baar begeleidt. Deze baar is vanmorgen nog bedekt met guirlandes van gardenia's door de lieflijke maagden van het dorp. Later worden in de kerk urenlange kerkdiensten gehouden en kyrie Elysion gezongen. Om 12.00 stipt gaan alle lichten uit, ontsteekt de pope de paaskaars en geven de geloven het licht van de kaars door tot iedereen in de kerk een brandende kaars in de hand houdt : Christos est arristo, Christus is verrezen. Men loopt voorzichtig met de brandende kaars naar huis wat geluk brengt. Daarna eet men speciale soep 'Margitzits'. En op zondag is het een groots feest : geroosterd lam aan het spit, de mensen schenken elkander rood geverfde eieren en de raki stroomt.
De maagden van dit dorp worden ook wel Britomaris genoemd. Britomaris was de godin van Olous. Zij was verantwoordelijk voor de honderd verborgen putten. 99 zijn er teruggevonden, gevuld met water. De 100-ste is nog steeds verborgen en zou de rijkdommen van het verzonken Olous bevatten. Oulos wat ook zou zijn verzonken of van de aardbodem weggevaagd na de eruptie van Santorini. Of is het langzaam weggezakt zoals de rest van oost Kreta (het westen stijgt daarentegen langzaam). in ieder geval staat het gebied onder bescherming van de archeologische organisatie van Griekenland.
Tot 1984 werd het hemelwater opgevangen in opslagtanks onder de huizen. pas na die tijd werd de waterleiding geïnstalleerd. Maar er zijn nog steeds bronnen die kristalhelder water naar de zee brengen en waar vrouwen in de zogenaamde Vhilades hun was plachten te doen. In Fournous wordt nog steeds gebruik gemaakt van de wasplaatsen zij het om olijvenbalen of tapijten uit te wassen. Ook Kreta is inmiddels milieubewust want er mag onder geen beding nog zeep gebruikt worden in deze natuurlijke wasbekkens.
Elounda tot 25 jaar geleden een klein bergdorp, het had slechts 2 raki bars, een restaurant, twee bakkers en een mini-market waar je zakken meel, ingeblikte inktvis en schoonmaakmiddelen kon halen. De straat bestond uit verhard zand met hier en daar een tamarinde. De kust was modderig en een broedplaats voor muggen. Het was een rustig vissersdorp waar de veelkleurige boten volgeladen met vis huiswaarts keerden. Een enkele keer kwam er een verdwaalde reuzenschildpad mee. Nu een steeds meer bezocht toeristenoord maar toch is de sfeer nog niet teloorgegaan.
Het is een waarlijk idyllisch plaatsje met uitermate gastvrije mensen. Giorgi gaf me niet alleen citroensap te drinken maar gaf tevens Ed advies om een handdoek in Raki te drenken en die vervolgens op mijn buik te leggen omdat die warm zou worden. Mijn vertrouwen in de medische wetenschap is toch nog iets groter.
Ed studeert Kükologie' en drinkt raki met tzadziki en pepperoni. De medicijnen helpen want ik loop al weer met de Pentax rond en schrijf het verslag. Mijn hemel wat was ik ziek !
Waarom wandelt een man rond met 2 lelijke vrouwen ? Om 's nachts alleen te slapen.
Oh my darling Elena, de verkoopster van de juwelierszaak aan de overkant is 's avonds moe van 't harde werken. Ze poetst de ramen met kleenex en glasex en doet daar uren over. Zelfs doet ze een poging om te vegen maar raakt halverwege de weg kwijt en leunt dan op de borstelsteel. Haar buik jeukt, ze krabt vaak, ze frunnikt aan haar haren en bijt haar nagels kort. Elena, ze heeft het buskruit niet uitgevonden.
Is er wat gebroken ? Boeren zijn die Ollanders. Moskos !
.
We maken een wandeling naar de zoutpannen en naar Olous waar een oud kerkje staat en Martin aan een touw trekt om de klok te luiden. De verzonken mozaiken heb ik niet gezien. Wel ontwaarde ik ietwat rechtlijnige stenenvorming onder de waterspiegel. Zou dit het dan zijn geweest ?
Ed en Martin eten spaghetti, ik hou het op droog brood met kaas en water. De ober die vrolijk met de kaart aan kwam lopen kijkt ernstig verstoord wanneer Ed om kaas en brood vraagt, hijn antwoordt nors dit niet te serveren. Onverstoorbaar maakt Ed hem duidelijk dat dit enkel voor mij en mijn zieke maag geldt. Hij trekt bij en opeens blijkt er toch brood en kaas te zijn. Een leuk restaurantje aan de waterkant, alleen het brood en de fles water waaien weg van de wind. Er loeit een fikse meltemi, surfers scheren keihard over het water.
Kreta is nogal winderig, sirocco's uit het zuiden en meltemi's uit het noorden., vooral in de zomermaanden. Zelden is de wind echter koud, maar als hij verkeerd zit ruikt hij soms een beetje vreemd.
Ik heb mijn moeder gebeld, ze was al in alle staten omdat ze al 4 dagen niets van me gehoord had. Ik heb haar het telefoonnummer van het hotel gegeven en wat ikzelf niet zo miraculeus vond, ze belt binnen 5 minuten terug !
's Avonds ga ik voor de eerste keer mee naar "who pays the ferryman". Naar het schijnt hebben de boys daar al goede contacten gelegd. 'Hallo my friend, prettiege vakantie' is de eigenaar, hij heet Vasilikis, de BBC-scenario schrijvers hebben zelfs zijn naam gebruikt, welke overigens Grieks is en niet van Kreta. Alle Kretenzische namen eindigen op -AKIS. Hij vertelt over Spinalonga, dat hij als klein jochie meel verkocht aan de melaatsen. En dat hij tot 1955 geen schoenen aan zijn voeten had gehad. Zijn zoon zegt smalend dat hij het verhaal minstens 10 keer per dag vertelt aan wie het horen wil. Papa, begrijpt gelukkig zijn zoon niet, zijn Engels is te beperkt. Maar Papa houdt van de toeristen, hij wil ze gelukkig zien en lekker eten serveren. Zodat ze volgend seizoen terugkomen, want ze brengen toch veel op, die rare witte mensen uit het noorden. Ik kom niet meer bij als ik een Nederlander langzaam en duidelijk articulerend hoor vragen 'is het roomijs of waterijs ?'. Papa's kennis van de Nederlandse taal is echt beperkt tot eet smakelijk, rekening, en prettiege vakantie. I
Ik vraag me af waarom die kerels per se willen dat ik naar het toilet ga. Later begrijp ik het : je komt de keuken binnen waar papa breed glimlachend een kralengordijn openhoudt, daarachter verscholen zijn twee driekwart-muurtjes gebouwd die als modern sanitair doorgaan. Mama zit aan een tafel met een nieuwerwetse LCD-rekenmachine uitgerust met grote toetsen en zelfs voorzien van een toetsen-condoom uit te rekenen hoeveel haar man, zoon of serveerster binnenbrengt. Terwijl ze het geld op stapeltjes sorteert en driftig op de toetsen slaat, knikt ze iedere bezoeker breed glimlachend toe. Een echt circus !
Peppie is de serveerster, zonder baard zou ze best wel knap zijn. We krijgen het advies om de specialty van de kok te nemen. De kok is een ongeschoren, onguur uitziend type met jampotglazen in zijn dikke brilmontuur een koksmuts op en een miezerig vettig staartje. Van tijd tot tijd komt hij de toeristen vermaken door op een schel fluitje te blazen en overal dankbetuigingen in ontvangst te nemen. Ik stel Martin voor deze onderbreking vooral aan Jacques voor te leggen, ik zie het voor me : Barentsen met staart, bril en fluitje aan tafel bij de 'notabelen' van Terneuzen.
De Special brengt zwaardvis geserveerd met brandende aubergines en some groentes for the lady : erwten, mais, rijst, pottatoes, wortelen en komkommer. De lady krijgt als enige gefileerde vis, de heren zoeken het zelf maar uit. De vis is lekker. Blijkbaar ben ik weer in orde aan het komen, ik eet met smaak. Als toetje bestellen de heren Metaxa van 3 tot 7 sterren al vraagt de ober met een statirisch ondertoontje of 8 sterren ook goed is (bestaat niet).
Een grijze poes krijgt de koppen van de vis toegeschoven en slokt die zeer begerig op. Het is een klein mager, stoffig, maar vriendelijk ding. De katten zijn van een ander ras dan onze katten. Ze stammen rechtstreeks af van de Egyptische katten. Onze katten zijn gekruist met wilde Noord Europese katten, vandaar dat ze groter en plomper zijn. Alleen onze Sammy heeft nog de ranke trekken van een Siamees, in de zomer dan wel te verstaan, als hij wat afgevallen is door meer beweging, als hij niet rond gegeten is en dik is van het binnenshuis zitten luieren en liggen slapen.
We moeten op tijd terug naar het hotel omdat Manolis Bardoulakis moet optreden. Iets waar hij totaal geen zin in heeft, iets wat hem min of meer is aangepraat. Op de kleine tafeltjes liggen keurige rode kleedjes. Langzaam druppelen een paar echte Kretenzers naar binnen. Men heeft van alles en nog wat in huis gehaald voor de 'terugkeer van de verloren zoon' : dolmades, tzaziki, slakken, russisch ei en pepperoni. 2 Vrouwtjes rennen driftig heen en weer en zetten al het lekkers op de tafeltjes. Ze lachen een beetje bedeesd en komen niet in de buurt van het mansvolk. Integendeel ze verdwijnen spoedig om nog meer voedsel te halen.
Een grote grijze man met een immense buuk duwt me uit de weg om bij Ed in de buurt te kunnen komen. Adonis heet hij, doch het is geen Adonis meer, vroeger was hij schipper en vrachtwagenchauffeur. Nu schiet hij op vogels. Hij spreekt enkel Grieks maar is verrukt van Ed's buik. Mia filos (mijn vriend).
Yannis, die er het meest gesofisticeerd uitziet, is tenger, heeft lichtblauwe ogen en leeft op de kosten van de overheid. Ik vraag me af wat hij doet, hij is goed gekleed en uitkeringen bestaan niet in dit land. Blijkt dat hij commissaris bij de politie in Elounda is, en derhalve niets doet behalve de gehele dag op 2 stoelpoten te zitten wiebelen in de schaduw van een tamarinde, misdaad bestaat niet, als er al gestolen wordt, gebeurt dit onder de toeristen zelf en daar is de speciale toeristenpolitie voor.
Manolis maakt zelf raki en de broer van Giorgi, alweer een Yannis (Jan !) maakt wijn. De wijn is absoluut ondrinkbaar. Je ruikt de ethanol die er is aan toegevoegd om het proces te versnellen en op gang te brengen. Gruwelijk!
Inmiddels zijn de vrouwen inderdaad teruggekomen met friet en meatballs. We mogen het voedsel, ofschoon we nauwelijks een uur van tafel zijn gekomen, absoluut niet weigeren, dit zou een zeer zware belediging zijn. De vrouwen trekken zich terug aan een hoekje van de tafel, giechelen wat en zitten verlegen rond te kijken.
Giorg raakt compleet uit zijn dak en vertaalt on-line. Athinea, die toch minstens 50 is wordt bijna aan Martin gekoppeld. Echter dansen mag, maar daarna is het direct trouwen.
Martin wordt als snel Moskos genoemd, dit heeft zo zijn eigen redenen. Yannis denkt niet dat Martin ooit zal trouwen met zoveel Moskossen. Maar later blijkt dat op ieder potje inderdaad een dekseltje past. De raki vloeit weer rijkelijk, mannen schreeuwen yassias, yousso !
Men is erg gecharmeerd van Manoli Bardoulakis. Hij mag zelfs blijven. Men heeft hier niet meer nodig dat zon, zee en een boot en een vis van tijd tot tijd. De goden hebben Edje gebracht, een Kretenzische zoon in Nederland ingeruild voor een Nederlander in Kreta. De goden zouden gelukkig zijn. Want ofschoon men Ortodhox is, mag je toch de invloed van de oude Goden niet vergeten. Sluimerend zijn ze nog in ieders Grieks hart aanwezig : de Godin van de aarde, Athinea, Apollo, Aphrodite, Dionysos, Poseidon en niet te vergeten Zeus. Het was me toch een zootje in het Mythologische Godenrijk, nogal losbandig.
Op mijn dooie dood om weer ziek te worden doe ik zeer kalm aan, langzaam is het toch 3 uur geworden vannacht.
*
18 mei 1994
Nog steeds niet ziek ! Om 7.30 gewekt door 2 scheldende mannen op straat. Wat gingen die tekeer ! Volgens onze normen ongehoord, ofschoon al dat gemoskos ook niet gezond is.
Op 'ons' balkon staan prachtige, onbekende rode bloemen, die 's morgens hun kelken openen om zich vervolgens in de warme zonnestralen te koesteren en diezelfde tere blaadjes 's avonds stilletjes sluiten als de nacht intreedt.
Vandaag staat Ierapetra op het programma. De enige 'stad' aan de zuidkust aan de Lybische zee. Via kronkelweggetjes, een stuk langs de prachtige baai van Mirabello gereden. Langs olijfbomen, Athinae is wel erg gul geweest met dit geschenk, diepe ravijnen en steile bergwanden rijden we op de enige hoofdweg, die het Oosten met het Westen verbindt. Na een scherpe haarspeldbocht moeten we stoppen voor 2 kuddes schapen. De eerste kudde wordt geleid door 2 mannen en een hond, de tweede door een oude vrouw en wellicht haar dochter.
Langs de baai van Mirabello tiert welig een overvloedige vegetatie van niet alleen olijf- maar ook van amandel- en Johannesbroodbomen. Meer landinwaarts wordt het landschap ruiger, het is hier droger, stoffiger, vooral als de sirocco door de dalen raast.
We passeren Gournia, een Minoische stad, die reeds een bloeiend bestaan had in de 16e VC. Het is de enige goed bewaarde Minoische vesting en heeft gegarandeerd de oudste straatjes van Europa. Ik heb er slechts een blik vanuit de verte op kunnen werpen.
In Palina Amos, waar veel lelijke, met vuilgeel overtrokken kassen staan, gevuld met dikke rode tomaten en bananen zitten oude vrouwen te handwerken op de stoep en zitten de mannen, zoals overal op dit eiland, in de raki bar.
In deze vallei, waar de weg als een van de uitzonderingen bijna kaarsrecht van noord naar zuid gaat en waar Kreta op zijn smalst – een 20 km – is, staan windmolens om voor de bevloeing van de gewassen te zorgen tijdens de zomerdroogte. De bergen zijn grimmig, hier en daar piept een sneeuwwit kerkje op een top.
Ierapetra ten slotte op 36 km van A.N. hier is Zorba de Griek opgenomen. Een typische Griekse stad aan de Lybische zee, in de oudheid een minoische haven. Het fort dateert uit de Venetiaanse tijden.
We slenteren wat over de boulevard waar de golven hoog opspatten, ik word kletsnat van een hoge golf.
De stad was vroeger een handelscentrum voor noten en vruchten, heden ten dage vind je in veel kleine winkeltjes plastic zakken vol noten, rode, gele, groene en bruine.
Het stikt van de terrasjes en restaurants, maar ergens is de sfeer niet zo aardig. We lopen langs de buitenzijde van het fort de haven in. Ook hier hangt een beetje een depressieve sfeer, de kaiks zijn niet vrolijk geverfd, ze zijn roestig. Aan de havenrand staan piepkleine zeer armoedige huisjes. Hier zou Napoleon geslapen hebben op 26 juni in het jaar 1728.
De klok in de uitkijktoren is letterlijk gevangen in de tijd, hij staat stil, geeft half 3 aan, het is pas 1 uur. Alles is hier een tikkeltje soberder, triester en somberder. De ANWB gids classificeert het stadje schitterend 'de omslag van een Engelse gids noemt Irapetra de Bride of the Lybian Sea, ik zou niet graag in de bruidegom zijn schoenen staan'. Maar hier stond het bordeel van Madame Hortense uit Zorba de Griek. Wij vinden er dus ook niets aan. De Pentax zwijgt in alle talen en wil zelfs nauwelijks zijn tas niet uit. Hooguit voor een golfje en KYKNOE. En een lugubere etalage met stinkende inktvissen onder een hor.
We drinken een jus d' orange bij een bakkerszaak en vergapen ons aan een man die in zijn eentje animerende gesprekken met zichzelf voert, hij is soms luisteraar en knikt dan zeer geestdriftig, soms het orakel zelf, uitvoerig, luidruchtig, soms ingetogen fluisterend, dan weer kwaad en opstandig. Knettergek. Hij is echter netjes aangekleed, met een blauw hemd, een gekleurde stropdas, keurig gekapte baard, glanzende zwarte schoenen, een donkerblauwe broek, gouden ringen, dito armband en ketting en een zonnebril. Als zijn koffie op is, loopt hij druk gebarend weg, en praat honderduit met zijn onzichtbare vriend. Ik denk dat hij een typisch voorbeeld is van iemand met meerdere persoonlijkheden. Hij heeft vast een heel regiment andere 'iks' in zijn hoofd, griezelig.
Er loopt veel luidruchtige, agressieve jeugd rond, met grote radio's. De lange, slungelige, jongens, die nog hoge stemmetjes hebben, doen zich al een beetje macho voor. Het valt me op dat de populatie hier aan de zuidkust donkerder is dan aan de noordkant. 't Kan toeval zijn, per slot van rekening scheelt het in afstand maar een boogscheut. Die jeugd rookt heel opzichtig en ze roepen naar de donkere meisjes die heupwiegend op veilige afstand schuchtere pogingen tot verleiden uitproberen.
Op reis gaan met een reisbureau heeft duidelijk zijn nadelen. Je bent niet alleen je vrijheid kwijt, je bent ook overgeleverd aan degene die de folders hebben ontworpen. En de reisbureaus met de beste marketing mensen zullen hier hoog scoren. We doen hier hopelijk nog lang niet aan mee.
Neen, Irapetra is niet bepaald een parel aan de zuidkust. Of het zou er een voor de varkens moeten zijn. We gaan snel weg.
Via dezelfde, de enige, weg terug naar het noorden. Voor Matala is immers geen tijd meer. Wel voor Kritsia waar Christus wordt weer gekruisigd is opgenomen. Kazantzakis en Wie betaalt de Veerman zijn dit keer de rode draad door het vakantieverslag. Het op 580 meter hoogte liggend witte dorpje, wat ooit een idylle was, is helaas volledig in de ban van het toerisme geraakt. Tapijten en haakwerk te kust en te keur. Ook hier zitten oude vrouwen te haken in de schaduw en zitten mannen in pofbroeken en zwarte lederen laarzen baccari te spelen of met hun komboloi te knetteren in de raki bar. Ed heeft de pogingen opgegeven om met dit ding te spelen. Want als je het rondraait zoals een cowboy een lasso, dan denkt men hier dat er echt dat er een behoorlijke steek bij je los zit.
De gehaakte tasjes en kleedjes zijn bont en fleurig, helaas worden ze in een dusdanige overmaat aangeboden dat het teveel van het goede is.
Men verkoopt hier ook nog volgens oude traditie, honing en yoghurt. De huisjes zijn nog spierwit na de verf-cultus die elk jaar voor Pasen plaats vindt. De deuren en kozijnen zijn in traditionele kleuren, blauw of groen geverfd.
n het hoogseizoen is het dorp waarschijnlijk overspoeld door het toerisme, nu gaat het nog net. Ed laveert door de smalle straten en rijdt de woeste hoogte van Kathare op, en wordt boos omdat ik bang ben.
Terug naar beneden komen we een oude vrouw tegen, schrijlings gezeten op een ezel, haar rug gesteund door balen stro. Ze wordt omringd door enkele schapen. Ena photographia perakalo kost me Drx 500 ! Maar goed, fotomodellen worden ook betaald en dat is ze ! Ze bedekt snel haar gezicht met een hoofddoek, Pentax is haar echter te snel af en vereeuwigd haar gerimpelde gezicht alvorens ze in de sluiers verdwijnt. Echt happy was ze echter niet !
We hebben honger en nemen plaats in de schaduw van de tamarinden in het enige restaurant wat het dorp rijk is. Gelukkig moet Martin een boodschapje doen en redt ons aldus naar alle waarschijnlijkheid van een complete voedselvergiftiging. Het was volgens zijn zeggen een absoluut smerig toilet met een nog smerigere keuken ! We zijn snel opgestaan en hebben een cafetaria opgezocht die inox-keukenblokken en koeling heeft en die er proper uitzag. De tosti was nogal taai, de hamburgers kwamen uit de US (het duurde eeuwen voor ze klaar waren). Maar het vrouwtje was vriendelijk.
Rond 16.00 uur terug bij hotel Sophia. We krijgen een vrolijke Giorgi die prompt iets van het huis aanbiedt, Greek coffee. Martin krijgt het spul niet weg, en gelukkig heb ik water !
Ed Frush – de hoteleigenaar dus – wordt een beetje astrant, hij wil alsmaar kletsen, komt steeds dichter zitten, vindt het maar niets dat de mannen lezen en ik schrijf, hij heeft al teveel gelezen in zijn leven en het is nergens meer goed voor, hij weet wat hij weten moet en wil niet meer weten. Zijn schoonmoeder hing aan de telefoon om te vertellen dat haar dochter, zijn vrouw dus, overspannen is. Hij is voor de derde keer getrouwd en het lijkt deze keer ook niet erg te lukken.
Ed slaapt, Martin leest de krant en ik schrijf mijn memoires.
Elke dag, om stipt 6.00 komt hetzelfde oude koppel aangewandeld van de zoutpannen. Ik heb geluk vandaag, ze blijven praten met een bekende. Ik voel me een tikkeltje papparazi als ik tussen het groene loof stiekem probeer ze vast te leggen op een film. Wie zijn die mensen en wat doen ze? Kromgebogen van het werk of ouderdom komen ze elke dag op dezelfde tijd voorbij. De man draagt een baal over zijn rechterschouder en de vrouw heeft een hand in haar dij. Zijn ze gelukkig met dit leven of toch niet ? Wie zijn wij die deze eenvoud en schoonheid elk seizoen opnieuw vergallen en onteren tot van deze mensen hun trots en eer slechts legendes overblijven. De schoonheid van de eenvoud verwoest door grote hotelketens, schreeuwende muziek en gillende TV's, een land dat de 'beschaving' ontdekt….
Volgens Giorgi is Ed een der grootste Kamali van Elounda (harpoen voor het jagen op inktvissen) omdat hij Elena begluurt. Of nee, niet begluurt, begaapt. Dat doen we trouwens allemaal. Ze is zo statisch dat je er moet naar staren.
Na de uitvoerige bekijking van Elena, we zijn allemaal kamali's ik zeker, en wederom papparazi, want ook Elena gaat mee naar Nederland, gaan we eten bij Marilene.
Bij Marilene wordt Bardoulakis snel herkent. Wat staat mijn eega toch in het middelpunt van de belangstelling hier. Het tafeltje wiebelt zoals zondag een andere tafel wiebelde. Ed klaagt bij de macho-kelner die klaarblijkelijk de zoon van de eigenaar is, in no-time dienen alle Engelse, kersvers aangekomen, seizoen-kelners alle tafels op wiebelen te controleren en indien het geval is, viltjes onder de stoelpoten te stoppen.
Het is niet druk, we zitten in de lommerte van wijnbladeren, naast ons staat een grote citroenboom met groene citroentrossen waar de zon nauwelijks bij kan doch waar de zon ongenadig schijnt, zijn de groene citroenen citroengeel (hoe kan het anders ?) gekleurd.
De obers lopen aan en af, maar de langharige, bemoeit zich het meest met Ed. Het eten is lekker, nogal Europees, de met tijm en rozemarijn gekruide souvlaki en meat balls komen op den duur je oren uit. Ed bestelt als toetje een coupe Olympus, vanilleijs met een hele perzik, het kost moeite deze grote goudvis te 'fileren'. Het geheel is versierd met koudvuur sterretjes. Tot slot krijgen we vreselijk vieze borrels van het huis die we in de lege ijscoupe leeggooien. Het was misschien niet al te netjes, maar die rode en oranje rommel was niet echt drinkbaar.
Afscheid genomen van de Ferryman. Vasilis' zoon valt meer op mannen (vooral behaarde) dan op vrouwen. You want to go out with Peppi Martin ? She does not give a shit but needs 10 of you, she's hot, very hot man. Dit gesprek en de jongen zijn houding begonnen me al zeer snel te vervelen, ik zit er beetje voor spek en bonen bij terwijl de jonge Vassilikis Ed versiert (!) en Martin gekoppeld wordt. We gaan snel terug naar Sophia.
Daar wacht ons de volgende verrassing. Giorgi wil gaan stappen, zet een fles raki op tafel, roept nog 'Nemen sie was sie wohlen' en verdwijnt in een auto met de 2 Fransen en de Engelse.
In eerste instantie zijn we totaal verbijsterd, in tweede instantie doorzoeken we als kleine kinderen in no-time de receptie, bar en opslagruimte. De geldkist, attachekoffer, telefoon, boekingen (we staan geregistreerd als Eduard Anna Pierre uit Heerlen), lakenopslag, drankvoorraad, caketrommel, kaas en tomaten in de koeling, kortom te zot om op te noemen en te gek voor woorden.
New management, we brullen het uit en voelen ons zeer in onze nopjes. En bedenken dat dit eigenlijk niet kan, we zijn volslagen vreemden, spreken de taal niet, weten niet eens wie te bellen in geval van kalamiteit, weten nauwelijks waar de hotelsleutels liggen, maar achten ons wel in staat kamers te verhuren indien nodig.
We hebben Apostolis gebeld om onze aankomst voor morgen te arrangeren. Hij vindt het prima en heeft kamers genoeg. Ik had niet anders verwacht !
Rond 12.00 arriveren de 4 Fransen, ze hebben al een petit geule de bois. Ik nodig ze vrolijk uit voor een slaapmuts, wat met groot enthousiasme geaccepteerd wordt. Het loopt uit op een klein feestje. Ze komen uit Lyon en spreken enkel frans. We kletsen wat af en dit keer ben ik de tolk. Een fles raki later komt de echte eigenaar terug. Hij vindt alles best en spoedig vertaalde ik van Duits naar Frans, wat niet meevalt overigens. Rond 2 uur naar bed.
*
19 mei 1994
Het is een echte Griekse dag vandaag, een echte zomerdag, augustustemperaturen, snel oplopend tot 38*C !
Na het ontbijt de vredesduiven in Elounda gefotografeerd, de haven en de veerboten. En een wittestrepenverver.
Met een zweem van nostalgie naar de heksenketel van Chersonnissou gereden, de kamertjes staan klaar en Martin's paspoort ligt er nog. We zijn nauwelijks geïnstalleerd of Apostolis vraagt of we nog sigaretten nodig hebben en ook die verdwijnt en laat ons alleen in het hotel achter.
Het duurt eeuwen alvorens hij terug is, maar hij komt terug met een fles witte wijn en een zak met noten. Voor we vertrokken had ik hem een zak noten gegeven, een geste die hij – en ik trouwens ook niet – niet begreep en klaarblijkelijk als stille hint beschouwd heeft, wat overigens niet mijn bedoeling was.
Een luie dag vandaag. Geluncht op het strandterras, tosti met boterhamworst is echt wel vies. De spaghetti is niet veel beter, om ietwat smaak te krijgen moet er ketchup op.
Ed houdt siësta, Martin leest zijn krant, ik schrijf, we zijn echt lui vandaag.
In Piskopiano gaan eten. Moskos vindt dit meer een nachtelijke wandeling naar Zaamslagveer. Toch rent hij als een haas de berg op. Ed wil zich niet laten kennen en holt er achteraan. Het zal mij een zorg wezen, ik slenter rustig naar boven want wil niet bezweet in het restaurant aankomen. Het is trouwens veel te steil en te inspannend.
Bij Semili is het eten lekker en het meisje lief. Ze is hier slechts een maand, want ze weet nog niet wat een kilo wijn is. Een horzelachtig iets zoemt heel dicht bij mijn rechteroor, ik schiet omhoog als een pijl uit een boog, mijn stoel valt omver en het gehele restaurant gaapt me aan.
De terugweg is niet zo sprookjesachtig stil als de eerste keer toen we naar beneden liepen. Martin dreigt een taxi bestellen, de stilte wordt gebroken door Moskossen en Zlavelossen. Dit wordt bij Apostolis niet beter en zeer beschaamd ga ik om 12 uur naar bed. Ik ben erg boos op die 2 boeren beneden.
*
20 mei 1994
Boven ontbeten, de moskossen zijn nogal braaf vandaag. Op terras wat 'gezond' en gelezen, mensjes bekeken. Veel muskitobites lopen hier toch niet rond. Een meisje zwemt meer dan een mijl zeeinwaarts en terug op haar dooie gemak. Op een gegeven moment zie nauwelijks nog haar hoofd, ik denk : lieve hemel ze verdrinkt ik moet iets doen.
Het is gelukkig niet zo warm als gisteren, het was te warm om te bewegen, te warm om iets te doen en zeker te warm om auto te rijden.
Manolis een bezoek gebracht, uitbundig als altijd snapt hij er nog steeds niets van. Are you calling Edith ? 'No !' Een seconde later 'hallo Edith, you want to talk to Edith?' Hij haalt duidelijk de Griekse ne versus de Nederlandse ja door elkaar. Of is het nee, ochi of no ?
We vertellen hem dat Martin vandaag terugkeert. Hij antwoordt 'you want to change money' om even later stomverbaasd te vragen 'You are leaving today yes'. Hij vraagt continue 'you understand' en feitelijk doen we dit niet nee, hij ons ook niet. Onze pogingen om hem Duits te doen spreken draaien op niets uit, hij is zo trots op zijn Engelse kennis. Helaas is het bijna onmogelijk om een gesprek met hem te voeren.
Snel geluncht op de shit-boulevard. Ofschoon ik zelf niet hoef te vliegen krijg ik duidelijk vliegtuigkriebels, want naar het schijnt begin ik zelfs al sneller te rennen. Om 3.00 uur, ruimschoots 2 uur op voorhand staat Martin al te balen in de file op Heraklion 'Airport'. Hij wil dat we snel weggaan want voelt zich wat beschaamd omdat we hem per se willen wegbrengen. Hij denkt dat we een dag voor hem opofferen wat overigens flauwe kul is. Ik denk dat hij vertraging zal hebben, het Sobelair toestel staat nog niet eens aan de grond.
Nog even naar een launching van een DC 10 gekeken. Statig als een zwaan stijgt het grote vliegtuig op, het bezorgt me kippevel in de hete zon. Fascinerend vind ik het nog steeds, het landen en opstijgen van de stalen vogels. Adembenemend als de grote motoren beginnen te loeien, en het gevaarte sneller en sneller over de baan taxiet tot het in een fractie sneller dan een ogenblik de neus in de lucht te steekt en de wielen de grond verlaten. Snel klieft de neus door de wind de hoogte in, dan denk je, gelukkig, die ging ook weer goed. Alles met alles is opstijgen het meest riskante onderdeel van een vliegtrip, als het vliegtuig op topsnelheid raast kan niets meer de vlucht tegenhouden, het moet de lucht in of verongelukt.
In toeristtempo, wat ik overigens zeer prettig vind, teruggereden over de old road. Het uitzicht over de honderden baaien aan de voet van steile kliffen is meer dan magnifiek. De zee is blauwer dan blauw en er zitten minuscule kleine schuimkopjes op het water. Je ziet bijna de grens niet van de zee en de lucht, de horizon lijkt te beginnen op het strand en te eindigen in de hemel. Wat is het hier toch fantastisch mooi.
Ik voel me nietiger dan een stip in deze weidsheid van de natuur. Op zulke momenten ga ik filosoferen en me afvragen wat een mens betekent in de tijdloosheid van de eeuwigheid, ons leven is minder dan een enkele ademtocht op de schaal van het oneindige. Het mensdom is slechts 1 minuut oud op de klok van de evolutie. Hebben we het dan voor elkaar gekregen om in luttele seconden te verprutsen wat gedurende eeuwen is opgebouwd ? En hebben we in korte tijd zo snel geleerd dat wij slechts kleine raderen zijn in dit groteske, precisieuurwerk wat natuur genoemd wordt ? Ik vind het niet vreemd dat de mensen in de pre-historie moeder aarde aanbaden, haar vruchtbaarheid, haar koesterden voor de vele gaven, het zaad dat ze tot gewassen bracht. En dat men de zon aanbad, dat men de koude wintermaanden angstvallig in de gaten hield, dat men dagelijks tot haar bad opdat ze genadig als ze was terug zou keren naar de aarde, om met haar gouden stralen moeder aarde te verwarmen, die dan op haar beurt goedgeefs zou zijn en wederom gewassen zou baren…
In Piskopiano de Pentax laten snorren, hij was zo in zijn element dat hij foto's schoot voor folders om Kreta te promoten. Het dorpspleintje ligt vredig als een klein kind te sluimeren in de zon. Witte bankjes onder Johannesbroodbomen, het oude kerkje nog versierd met bloemenkransen. De bloemen zijn aan elkaar geregen door de maagden van het dorp en rond de kerkdeur gehangen voor de opstanding van Christus.
Oude vrouwen zitten te handwerken in de schaduw. Angstvallig duiken ze in hun sluiers, ofschoon Ed als afleidingsmanoeuvre ingeschakeld is, hebben ze toch in de gaten dat een toerist met een camera jacht op ze maakt. Als schuwe vogeltjes trekken ze vliegensvlug hun zwarte hoofddoeken over hun gezicht en hun roddelpraatjes stoppen op slag. Boos turen ze naar hun handen en zeggen geen woord meer.
De bloemenweelde is verbijsterend, geraniums bereiken makkelijk een hoogte van 2 meter. De kleine straatjes zijn geplaveid en keurig onderhouden. De hond die in een roestige ton de schaduw zoekt en siësta houdt, spitst verbaasd zijn oren als hij de Pentax hoort.
Een toompje kippen is door verveling aangetast, want vele kippen hebben lange, kale nekken. Het is niet echt een leuke kippenren, geen zand en teveel rotsen, daar kun je als kip weinig scharrelen, geen worm vinden en ook niet pikken, dus pikken ze elkaar maar kaal.
Ik heb wederom een worst te pakken, dit keer in de vorm van een tafellaken voor de schamele prijs van Drx. 3500. Ik wilde niet per se afdingen, ik ben hier niet echt goed in, maar de verkoopster begon zelf. In een klein dorpswinkeltje chips en water gekocht. Op een stoeprandje dit water opgedronken. Wat een rust, wat een sereniteit, nog niet overspoeld door hordes vreemdelingen. Toch is het zeer duidelijk dat door de toeristenflow dit dorp in welstand verkeert, het is het dorp wat ik eerder beschreef als het dorp wat subsidie krijgt voor het witverven van de huizen.
Meer per ongeluk dan uit wijsheid in Chersonissou dorp belandt, waar de pope met zijn familie zit te keuvelen aan een gammel tafeltjes. Het is een aardig plaatsje, echter al volledig in de ban van het toerisme.
Het dorpje naast Piskopiano, waar Katherina een kledingszaak heeft wordt al aardig volgebouwd met nog meer hotels. Het heeft wel charme maar helaas heeft zijn ongerepte dorpsatmosfeer plaatsgemaakt voor een ontluikend vakantieoord. Kreta, wat bezielt je, dat je je maagdelijkheid verkoopt en verliest aan de Westerse gejaagdheid.
Later op het balkon een Griekse god bespioneert die elegant een paaltje verft. Nonchalant loopt hij op en af een ladder en tot heden vat ik het nut niet waarom een witte paal opeens zwart moet worden.
Het strandvolk verlaat inmiddels roodgeblakerd, bezweet en beladen met tassen en strandlakens de hete middagzon. Langzaam worden de balkons van de hotels volgehangen met bontgekleurde, reusachtige handdoeken, sommige met stripfiguren, sommige gewoon effen, andere gestreept en een enkele met afbeeldingen van blote dames.
Je hoort de douches kletteren, en druppelsgewijs komen de eerstelingen het hotel uit, met nog vochtige haren, hun huid glimmend van de after-sun. De een nog bloter dan de andere, want wat zorgvuldig is gebruind dient 's avonds zoveel mogelijk geshowd te worden aan wie kijken wil. Het jonge volk wat overdag voor pampus op het strand ligt bij te komen van de afgelopen nacht, stapt opgetut het leven van de nieuwe nacht tegemoet.
En Edje slaapt, en ik schrijf. Het is opeens heel stil zonder die gekke Ververs om ons heen. Alsof onze vakantie ook bijna over is, dit is ook zo, nog 2 dagen en een half.
Bij Mythos gedineerd. Ed heeft een anti-jeukpil ingenomen omdat hij goed gek werd van de zonne-allergiebulten op zijn armen. Het resultaat is dat hij werkelijk zo high als een kikker aan tafel zit. Zijn pupillen zijn verwijd en hij is vreselijk warrig. Ik vind hem zo raar doen dat ik het een beetje beangstigend vind. Dit verklaart waarom hij gisteren als een blok in slaap viel en te lang sliep voor een middagdutje. Die pillen maken hem zo suf als een aap. Waarschijnlijk is dit de reden waarom je de pillen enkel bij een Belgische arts kunt krijgen. De jeuk verdwijnt jawel, maar je geestesgesteldheid wordt er zeker niet beter op.
Het wordt niet echt laat vanavond. Apostolis is erg aan 't filosoferen, zijn hersenen stoppen weer met denken en hij weet wederom niet meer wat hij deed of dacht. Edje loopt voortdurend de straatkant op wat Apostolis zeer zorgzaam maakt, hij biedt zelfs thee aan. Wij tweeën weten drommels goed waarom hij 'geen zittende kont' heeft en laten Apostolis in de waan dat Edje een beetje ziekjes is. Martin belt op om te zeggen dat hij veilig in Terneuzen is. Vreemd best wel, vanmiddag nog in Iraklio en nu is hij alweer thuus. Manoli is om 12.00 nog niet komen opdraven, wat we geen van tweeën erg vinden. We gaan naar bed en nog voor ons oor het kussen raakt bevinden we ons reeds in dromenland.
*
21 mei 1994
Lang op het terras aan de zee zitten lezen onder het genot van koude, vers geperste Kretenzisch appelsiensap. 4 Brabanders waarvan een met het syndroom van het vele vloeken maken nogal wat heibel.
Ed heeft nog steeds last van ontelbare zonne-allergiebulten. Terwijl hij siësta houdt besluit ik op worstenjacht te gaan. En ze hebben hier ontzettend veel worsten : groene, blauwe, grijze, grote, kleine, oude, jonge, kitsch, goud, zilver, koper tin, plastic, katoen, leer, glas en diamant. Voor ieder wat wils.
Ettelijke winkels verder begin ik aardig vol te hangen met plastic tasjes, de beste tapijten (very cheap, new collection – yes of course I bought exactly the same 8 years ago on Naxos), T-shirts (Diesel, Nike en Levis !) voor the kids, vaasjes, huisjes, le petit Parisienne en de Minotaurus, de collectie groeit gestadig. Maar de chips, het water en de wijn maken het sleuren toch wel erg lastig. Puffend kom ik de koele hotelkamer binnenvallen.
We zijn zo lui vandaag dat geen van beiden zelfs zin heeft om te douchen. Ed is zelfs te lui om zijn boek vast te houden. Een jong aapje legt aan de overkant, in hotel Elyssos waterleidingen aan om de geraniums van dit in de zomer schaarse vocht te voorzien.
Inmiddels hebben we al 4 straatruzies gezien en nog meer gehoord. Ze gaan tekeer als gekken en geven met lichaamstaal aan dat we dichterbij moeten komen. Echter hier betekent het : ga weg en bemoei je er niet mee. We snappen er niets van, als ze voor ons gevoel 'rot op' wuiven betekent het kom dichterbij.
Het is duidelijk dat de vakantie op een eind loopt. Onze ondernemingsgeest wordt allengs minder. De trek naar Dolmades en tijm zakt, dit is ook goed te merken. We eten Italiaanse pizza. De Griekse ober komt niet verder dan buona sierra doch geeft geen krimp wanneer ik in het Italiaans verder ga. Pizza met feta, lekker.
Ed zich zit wat te ergeren aan mijn vliegtuigmisangst maar helaas het werkt op me als een rode vlag op een stier, zoiets als iemand die niet kan zwemmen bevelen om te duiken. Ik heb het zelfs met de trein.
Nog een rondje boulevard gelopen; opeens horen we iemand 'Ed' roepen en ja hoor, Robbie van de Flying Dixies met zijn vriendin zitten hier ook 2 weken. Die echtgenoot van me is bekend als 'slecht geld'. Het is wederom druk in Hersonissou, op vrijdag en zaterdag komen de vliegbussen (of busvliegen) massaal aan.
Een rustig eiland in het voorseizoen ? Makala wat is het hier dan in het hoogseizoen wel niet?
We zullen niet veel rare dingen meer doen, behalve moed opdoen voor de vliegreis, nog wat zonnestraaltjes pikken om toch nog een kleurtje te krijgen om terug te keren als rode / bruine sardientjes in een blik !
En als het niet lukt om nog een last minute zonnesteek te krijgen, dan grijpen we toch naar de tube van E. Lauder !
*
22 mei 1994
Laat op, om 09.30. Het verslag wordt korter, it is coming to an end.
Ed heeft vannacht liggen lezen en 50 muggen doodgeslagen, helaas nadat ze al gebeten hadden. De witte muren zijn bepleisterd met rode spatten, bah, vies.
Op het balkon ontbeten en jus d'orange gedronken aan de overkant. Het wordt warm vandaag, er zit geen zuchtje wind.
Veel worst gekocht, zelfs verjaardagsworst. De aardige (Ierse) juffrouw die bij Manolis werkt heeft het niet zo naar haar zin. Ze verstaat hem niet en hij haar ook niet. Als ze met ons giebelt krijgt ze bevelen van Manoli, het zint hem niet.
Nog wat laatste foto's geschoten, van Apostolis en Ed op klompen. Van de baai en een chagrijnige Griek die denkt dat ik een spider ben Van het kerkje waar Alexandra is gedoopt en van de krantenkiosk. En van de zak met STYRON*, die mislukt was omdat er 5 joelende kerels op mijn handen staan de kijken.
Zeer romantisch op een landtong tussen 2 baaien gedineerd bij Pharos. De ober, die een beetje simpel genoemd kan worden, doet zijn best, maar het vlot niet erg. De eigenaar neemt het over. Hij is aardig doch heeft een akkefietje gehad, op zijn broek zitten tomatenpuree vlekken. Een Duits meisje zit alleen te eten en heeft last van de vakantieblues.
Het eten is goed en het uitzicht fantastisch. Het is inmiddels spitsuur in de lucht. Vliegtuigen cirkelen statig door het luchtruim. Een vertrekkend luchtschip vliegt recht naar de zon en wordt opgeslokt in de roze gloed van de ondergaande zon. Maar als de zon achter de heuvelkammen is verdwenen, wordt het verrekt fris op het terras en gaan we naar binnen. De bar en annex zitplaatsen worden min of meer gebruikt als leefruimte voor de eigenaars. Er ligt kinderspeelgoed, tijdschriften en zoals in elk Kretenzisch huis, het veel gespeeld Baccara-spel.
Pharos wat in al mijn gidsen staat vermeld is vergane glorie. De toiletten, 3 stuks moeten vroeger luxueus zijn geweest. Maar heden ten dage is het diep trieste troep.
De bazin is hoogzwanger van haar zoveelste kind. Op de bar liggen op hun kop en met de verkeerde kant omhoog bar towels van Oranjeboombier. Ik vraag of ze die verkoopt, nee, maar ik kan er wel een krijgen.
Ook vanavond, als is het de laatste avond op tijd naar bedje toe, rond 11.00. We krijgen een beetje het heen en weer van Apostolis zijn gefilosofeer.
*
23 mei 1994
Op tijd opgestaan. Zitten we rond 9.30 uitgebreid te ontbijten en opeens begint de aarde te grommen, te rommelen, te trillen en te beven. Alle vogels vliegen als op commando schril kwetterend de lucht in en blijven daar angstvallig cirkels vliegen. Onze borden en kopjes springen zowat van de tafel. Ed schreeuwt dat ik als de bliksem van het balkon af moet en in het deurgat moet komen staan, hij trekt me weg. Verbijsterd denk ik vaag waar komt opeens die denderende trein vandaan, er loopt geen spoorweg over Kreta ? Mensen rennen de straat op. Dit was dus de aardbeving van 6.2 op de schaal van Richter. Het episch centrum lag gelukkig in zee tussen Heraklion en Rethymnon. Er zijn geen slachtoffers gevallen maar in de loop van de dag worden nog ernstigere naschokken verwacht. Die zijn ook gekomen in de buurt van Samos. Een dag later in Colombia en nog een dag later op de Indonesische eilanden. De aarde is weer onrustig.
Een 15-tal minuten na de aardbeving begint de rimpelloze zee zowaar te golven en verschijnen er in de windstilte schuimkoppen op het verstoorde zeeoppervlak.
Ik schrijf in Apostolis zijn gastenboek dat Zeus en Poseidon vertoornd zijn omdat we Kreta verlaten en dat Poseidon van woede op de grond heeft gestampt met zijn grote voeten. Terug in Nederland vraagt iedereen of we iets van de beving hebben gemerkta. Ja, best wel, maar het ging zo snel aan me voorbij dat het over was voor ik me eigenlijk realiseerde wat er precies gebeurde. 's Nachts ben ik dus allerter dan 's morgens als ik net wakker ben en nog een duf hoofd heb.
Op het strandterras zie ik opeens een meisje aankomen van een reisbureau. Ze spreekt Nederlands en is op stap met een ouder echtpaar. Een van de obers roept haar toe 'Ela Alexandra !'. En ik denk, verhip dat is de dochter van Verbeek. Snel fluister ik het Ed in zijn oor. Hij staat op en loopt zogenaamd achteloos in haar richting en zegt 'goedendag juffrouw Verbeek'. Het meisje kijkt hem verwonderd aan en zit zich af te vragen hoe kent die vent mijn naam toch ? Maar heel snel heeft ze in de gaten dat Ed toch wel veel op haar oom, en Ed's broer Frits lijkt. En weer blijkt dat de wereld heel klein is en Kreta ook.
Ze vertelt dat ze het prima naar haar zin heeft, 9 maanden per jaar werken en wonen op Kreta. Oke het merendeel van de tijd bestaat de job uit vers aangekomen toeristen wegbrengen naar de verschillende hotels. Eenmaal de massa aangekomen en geïnstalleerd, maken ze zich klaar voor het ondernemen van allerlei dagtrips, de Kloof, Lassithi, een echte Kretenzische avond (in het hoogseizoen worden voor de toeristen 'nep-huwelijken' gesloten in de kleine bergdorpjes. De mensen worden altijd gewaarschuwd voor het aantrekken van de minimum vereiste kleding, zoals wandelschoenen voor de kloof, en beschermende kleding tegen de moordende stralen van de zon. Helaas luistert de helft niet, dit resulteert vaak in verstuikte enkels en verbrande ledematen.
Manolis neemt ons een laatste keer mee uit eten. Ergens net buiten de drukte, in a place called, well I don't know the name, something Manos I think. Inderdaad, de kok zowel als de ober heten Manolis. En Manolis houdt de zot met ze. En ze houden de zot met hem, doen tekens met hun vinger tegen het hoofd, die man is immers gek. Manolis zweert niet te zullen betalen voor het eten omdat het te weinig is en niet lekker. De ober ligt in een deuk en steekt nog net zijn middelvinger niet op. Ze schelden tegen elkaar en lachen en zijn om ter macho. Naast ons zitten 2 Amerikaanse koppels, en ofschoon de Griekse tafelmanieren niet echt om over naar huis te schrijven zijn, kijken ze zich de ogen uit naar die mensen die alles eerst in hapklare stukjes snijden, vervolgens de vork in de rechterhand nemen, de linkerhand onder tafel duwen en gewoon beginnen schrokken.
We zien een vrachtwagen gevuld met vleeswaren leeggemaakt worden. Stapels dozen met diepgevroren Hollandse kippen. De halve varkens worden zonder meer de zaak ingetild en aan grote haken gehangen.
Ofschoon we de kamer mogen houden tot we vertrekken, vanavond om 20.30 krijgen we rond de klok van 4 uur genoeg van alles en willen weg. De vakantie is wat ons betreft voorbij en we willen naar huis.
Manolis nog een laatste groet brengen valt niet mee, de zaak is dicht, zijn brommer staat voor de deur; er hangt een papiertje op de deur 'Open at 5 hrs'. Groot is onze verbazing dat opeens, we wachten voor de deur, Manolis tevoorschijn schiet. Hij is een beetje verlegen met de situatie en zegt op toilet gezeten te hebben. Mooi niet, hij lag te slapen op een plastic, hard roze luchtbed.
Met een toeristgang, 20 km / uur naar Heraklion gereden. Een laatste zucht naar de strak blauwe lucht en de heldere zee. Bye, Bye blue country. Het is warm en druk op de airport. Het vliegtuig wat ons terug zal brengen is nog niet geland en toch moeten we al inchecken. Eens de bagage weg en de boarding passes gehaald, lopen we terug naar buiten en besluiten te picknicken net voor de inkomsthal. Crackers met pizza kruiden en Campari Soda, onze laatste drachmes zijn op.
Rond half acht ga ik nog eens luisteren hoeveel vertraging we uiteindelijk opgelopen hebben. De dame vertelt dat het een 30 minuten zal zijn en ze drukt me op het hart dat we door de douane moeten. Met lange tanden doen we dit, het is aanschuiven. Waarom dit moest ? Ik weet het niet. Na de douane krijg je geen kans meer op een frisse neus, voor zover die al te halen valt in deze warmte. Je staat daar maar in een grote hal. Gelukkig pal voor de sporadische airco's. Ed's idee om een broodje te halen is ook fantastisch. Een bijna ondoorkombare rij voor een enkel broodje kaas, want dan is het geld echt op. We zijn al wat slimmer geworden, in korte broek en T-shirt aangekomen, in de hal verkleed. Een lange broek en een legging wegen minimaal en dit zullen we wel nodig hebben vannacht.
Op het vliegveld loopt het meisje die gisteren de vakantieblues had. Ze wacht op haar vlucht naar Dusseldorf.
Enfin, ik zie het Air Belgium vliegtuig landen, zie de schoonmaakploeg naar binnen gaan en weer naar buiten komen. Zie dat het toestel volgetankt wordt en denk, zo lang kan het nu nooit meer duren. Dit klopt, rond 21.15 mogen we aan boord. Terzelfdertijd vertrekt nog een vlucht naar Brussel. Bijgevolg staan de mensen bij de verkeerde gate. Het vluchtnummer en de Company worden dan wel omgeroepen, doch duidelijk is het niet. Het is een ongecontroleerd zooitje op het vliegveld en het interesseerd de mensen die voor de overheid werken geen zier hoe het personen vervoer verloopt.
Rond 9.30 in het vliegtuig. Ed zit geklemd tussen mij en een bange Belg. De pilot is zo lief ons mede te delen dat het vliegtuig nog geen toestemming heeft om in het luchtruim op te stijgen, we dienen nog een klein half uurtje te wachten. De 189 passagiers (ik had de passagierslijst gezien) slaken verveelde zuchten. De stewardessen brengen boekjes rond met illustraties voor tax-free spullen om de verveling te verdrijven. Echter de meeste mensen willen opstijgen, het verstand op nul zetten en hebben derhalve geen zin om geld uit te geven.
Eindelijk, Ed is een crisis nabij, vertrekken we om 22.10. We zitten als haringen in een ton, eten met mes en vork is er niet bij omdat er gewoon geen ruimte voor is. Het diner, koude kip met een taai vel en slappe bonen is niet om over naar huis te schrijven. Je kunt je ene been niet over het andere krijgen, de stoel van de voorganger ligt zowat op je buik. Het is vreselijk. Echt een ware rampzalige verschrikking. Onder deze omstandigheden duurt een half uur lang. En vier uur wel twintig keer zo lang. Als je nooit last van claustrofobie hebt gehad zijn dit de ideale omstandigheden om het te krijgen.
Ed en ik wisselen van plaats; naast het raam heeft hij toch iets meer ruimte. Ik probeer te lezen. De man naast me zit verkrampt en kijkt met zeer bange ogen naar mijn lampje. Of hij ook licht wil, nee, een lampje is genoeg vindt hij.
Gelukkig doezel ik wat weg, het is echter nauwelijks een hazeslaapje te noemen.
Rond 1.30 in Zaventem. We rijden een 10-tal km over de landingsbanen om uiteindelijk in the middle of nowhere, in ieder geval in de buurt van de cargo-loodsen, te belanden. Dezelfde route als op de heenreis. Het is 12 graden en het regent. We worden een soort van bus ingeladen en crossen ongeveer een 15-tal km tot de gates. En dan mogen we nog 2 km lopen. Ik weet niet wie het meest de pest inhad, Ed of ik. Wat een afgang na zo een plezierige vakantie.
In elk geval is Angelo op tijd. Samen met zijn zus staat hij ons op te wachten. Op zich vrij miraculeus want toen hij de informatie belde zei men dat de vlucht geannuleerd was.
Gelukkig hebben die twee Belgische franken bij zich. Een cola na 3 minuscule glazen water heeft nog nooit zo lekker gesmaakt.
Rond 3.00 uur zijn we thuis. De post vluchtig doorgenomen en in ons eigen bedje gedoken.
*
Epiloog
* Kreta is voor herhaling vatbaar
* Raki is niet altijd goed voor alles, maar aan de andere kant zit toch een bron van waarheid in de beweringen voor wat het goed is en niet
* Zelfs in mei het op Kreta al warm is
* Haarshampoo ideaal is om snelle wasjes tussen door te doen
* De flora en fauna inderdaad schitterend is in het voorjaar
*Bardoul ook hier in het telefoonboek staat
* Aardbevingen wel erg frequent voorkomen
* De dagen beschreven in dit verslag langer lijken te zijn in het begin van de vakantie. Dit is echter schijn, de eerste dagen doen we de meeste indrukken op en daarom lijken de dagen spannender en langer.
* Veel verder dan kniehoogte ben ik deze vakantie niet in het water gekomen. En toch is het bloedheet.
* De eenheidsworsten niet meer of minder dan souvenirs zijn
* De mensen echt vriendelijk zijn
* Het eiland voor herhaling vatbaar is, de vlucht niet en derhalve een alternatief gezocht dient te worden.
* De evolutie door de loop der jaren mede duidelijk is door diverse layouts van vakantieverhalen. Tussen de jaren 70 en 80 waren de onderschriften van de foto's met een pen. Na 1980 verdwenen de kattenpoten en kwamen de Italics van de nieuwe Olivetti typemachine. Na 1983 maakte de typemachine plaats voor verslagen via de eerste PC's. Toen zat ik me nog in de middagpauze blauw te typen en waren de verhalen vrij kort. Na 1990 hadden we zelf een PC thuis en werd Wordperfect 5.1 geintroduceerd. Het printen vond plaats via de betere kwaliteitsprinter op kantoor.
En dit verslag tot slot…. niet zo een grote excercitie was als het verslag uit de States, maar wel net zo langdurig. Een portable PC het absolute sumnuum is : je kunt typen op je knieen terwijl je met een half oog naar de Wereldkampioenschappen voetbal kijkt. En zo komt het voor dat je liever naar het scherm kijkt in plaats van naar de Belgen die in de pan gehakt worden (2 juli legendarisch 17 e keer dat de Rode Duivels van de Duitsers verliezen). Je kunt ook in de tuin in de schaduw typen en je kunt er mee op de bank liggend op je buik typen. Uiteraard kun je er niet alleen mee typen, je kunt je prive administratie in Excel stoppen en je boekenlijsten in Access. Verder maak je nog een illustratie in powerpoint en zit je een beetje de schijf af te tasten naar bruikbaar materiaal. Ik moet toegeven dat het ding me helemaal zot gemaakt heeft, het is dat de batterij maar een tweetal uur meegaat en je dus toch een stroomvoorziening in de buurt moet hebben, anders was ik er mee in bed gekropen…..


